|
Arthur
Japin schrijft boekenweekgeschenk 2006
Altijd
op zoek naar een droomzolder
Toen
hij in 2003 definitief doorbrak met de roman Een schitterend
gebrek, had Arthur Japin al een aanzienlijke loopbaan als schrijver,
acteur, danser en zanger achter de rug. Dit voorjaar verschijnt
van zijn hand het Boekenweekgeschenk De grote wereld, opnieuw
een typisch Japin-verhaal. “Het gaat bij mij altijd over een eenling,
een buitenstaander die zijn plaats in de maatschappij moet bevechten.”
Een
creatieve duizendpoot. Dat is het beeld dat opdoemt bij het lezen
van de biografie van Japin. Hij speelde bij Toneelgroep Centrum
en de Theaterunie, had bijrollen in de film Flodder en de
soap Onderweg naar Morgen, en zong bij de Nederlandse Opera.
Hij zegt zich nu vooral schrijver te voelen, “maar ik houd alle
mogelijkheden open. Ik ben bijvoorbeeld net begonnen aan een intensieve
schildercursus. En vorig jaar heb ik nog een nummer geschreven voor
een cd van Paul de Leeuw.”
Arthur
Japin (Haarlem, 1956) zocht als kind al naar manieren om
iemand anders te zijn. “Mijn jeugd was zo ingewikkeld en onprettig.
Ik werd gepest en mishandeld op school. Ook thuis was veel geweld
en verdriet. Ons gezin zat in een isolement, we kwamen zelden buiten.
Als ik toen de werkelijkheid had aanvaard, was ik er misschien aan
onderdoor gegaan.” De jonge Japin vond een toevluchtsoord op de
zolder van zijn ouderlijk huis. “Dat was mijn droomzolder, vol hoeken
en kisten, waar ik mijn fantasie de vrije loop kon laten. Ik kon
er spelen en naar muziek luisteren. Hier heb ik waarde leren hechten
aan mijn fantasieën.”
Toen
Japin twaalf was, pleegde zijn vader zelfmoord. “Ik ben hem daar
altijd nog dankbaar voor. Klinkt dat cynisch? Zo is het niet bedoeld.
Er kwam weer rust in het huis. Hij maakte op tijd plaats voor mij.
De dood van mijn vader bood een nieuwe kans voor mijn moeder en
mij.”
Kritieken
Na
zijn jeugd zocht hij voortdurend naar een nieuwe ‘droomzolder’.
Hij volgde verschillende acteeropleidingen, speelde toneel- en filmrollen
voordat hij zich eind jaren tachtig ging richten op het schrijverschap.
“Dat was geen rationele keuze. Ik doe nooit iets rationeel, laat
altijd alles gebeuren. Wel denk ik dat schrijven de beste manier
is om me te uiten.”
In
1996 debuteerde Japin met de bundel Magonische Verhalen,
een jaar later gevolgd door zijn eerste roman: De zwarte met
het witte hart. Voor dat boek, over twee Afrikaanse prinsjes
die in de negentiende eeuw als Nederlanders werden opgevoed, verrichtte
Japin tien jaar lang onderzoek. Mijn uitgever vroeg: ‘Waarom zo
lang?’ Ik zei: 'Wat me zo boeide, was het isolement van die jongens.
Voor de keuze om je wel of niet aan te passen, stond ik op school
elke dag.”
Voorlopig
hoogtepunt van Japins carričre is de roman Een schitterend gebrek,
die hem verschillende literaire prijzen opleverde. Het enorme succes
legt geen druk op Japins schouders. “Het spoort me alleen maar aan.
Ik redeneer: als jullie mijn vorige boek mooi vonden, ben ik benieuwd
hoe jullie het volgende vinden.” Wel is hij enkele jaren geleden
opgehouden met het lezen van kritieken. “Ze verwarden me, ik ging
er onbewust rekening mee houden. Over Magonische Verhalen
werd bijvoorbeeld geschreven dat de stijl zo apart was. Daar had
ik nooit over nagedacht. Toen ik De zwarte met het witte hart
schreef, ging ik steeds meer twijfelen over mijn stijl. Ik probeer
nu tijdens het schrijven zo min mogelijk invloeden van buitenaf
toe te laten. Ik laat bijvoorbeeld nooit teksten lezen voor ze af
zijn.”
Onderzetter
Het
verzoek om het Boekenweekgeschenk te schrijven kwam niet als een
verrassing. “Ik zit al een tijdje op een succesgolf en voelde dat
de tijd rijp was. Toen het CPNB me vroeg, heb ik meteen ja gezegd.
Daarna sliep ik niet meer en dacht ik: o jee, wat nu? Omdat er zoveel
exemplaren komen, is het onmogelijk iets te schrijven wat iedereen
leuk vindt. Veel mensen zullen De grote wereld mooi vinden,
anderen zullen het als onderzetter gebruiken.”
In
het Boekenweekgeschenk beschrijft Japin de geschiedenis van Lemmy
en Rosa, twee kleine mensen die met een lilliputterstad
als bezienswaardigheid rondtrekken. Als de nazi’s de stad vlak voor
de Tweede Wereldoorlog sluiten, moeten de hoofdpersonen hun verhouding
tot de wereld opnieuw bepalen. Rosa wil zich aansluiten bij een
Brits revuegezelschap, maar Lemmy wil niet langer als vermaak dienen.
De grote wereld is een typisch Japin-boek, zegt de
auteur zelf. “De basis is historisch en het verhaal gaat opnieuw
over een eenling, een buitenstaander die zijn plaats in de maatschappij
moet bevechten. Die eenling ben ik natuurlijk zelf. Ik wil altijd
graag dat de lezers zich kunnen inleven in mijn hoofdpersonen. Zo
probeer ik ook mezelf herkenbaar te maken.”
Japin
kwam op het idee van het boek toen hij tien jaar geleden zijn ouderlijk
huis leegruimde. “Ik vond enkele briefkaarten met een afbeelding
van een rondreizend lilliputtergezelschap.
Ik vroeg me af hoe het is om in zo'n letterlijk kleine enclave te
wonen en altijd bekeken te worden. Wat zou er gebeuren als de kleine
mensen plotseling in de grote wereld zouden moeten leven? Daar gaat
het boek over, maar het thema is groter: hoever ga je om aardig
gevonden te worden? In hoeverre doe je jezelf daarvoor geweld aan?”
Kluizenaar
Net
als zijn andere boeken, heeft Japin De grote wereld thuis
geschreven, in zijn eeuwenoude pand in de Utrechtse binnenstad.
“Het huis stamt uit 1600 en ligt op de vroegere grens van het Romeinse
Rijk. Historische grond dus. Het huis is een soort burcht: erg naar
binnen gekeerd, er zitten zelfs luiken op. Zo lang je binnen bent,
kun je geloven dat je in een andere tijd leeft. Ik kan me uitstekend
afsluiten en in mijn eigen hoofd leven. Maar een keer of drie per
jaar denk ik: het hele leven gaat aan me voorbij. Doordat ik in
de binnenstad woon, heb ik op zulke momenten alles bij de hand:
bioscopen, restaurants, de bibliotheek. Als ik ergens op de hei
zou wonen, zou ik op zulke momenten echt in de war raken.”
Voor
zijn intensieve research gaat Japin vaak op stap, bijvoorbeeld naar
bibliotheken. “Dat vind ik prettige plaatsen. Mooie, oude bibliotheken,
zoals in Weimar en het Rijksmuseum vind ik prachtig. In Utrecht
heb ik de gemeentebibliotheek op loopafstand. Voor echt onderzoek
kom ik overigens meer in archieven. Maar ik heb geen analytische
geest, mijn geest wil zweven. Dat kan in bibliotheken, waar je kunt
spelen en bladeren.”
Jaarlijks
geeft Japin ongeveer vijftig lezingen, waarvan dertig in bibliotheken.
“Ik kan me tijdens een lezing heel open opstellen. Mensen hebben
na afloop vaak het gevoel dat ze me allemaal persoonlijk hebben
leren kennen. Ik krijg van lezingen veel energie, voel me na afloop
geestelijk opgeladen. Ik vind het ook nooit erg als ik dezelfde
vragen krijg want voor de vragensteller is het de eerste keer. Dat
heeft alles te maken met inleving. Lezingen zijn misschien wel het
leukste van schrijver zijn, naast het schrijven zelf natuurlijk.”
Arthur
Japin in vogelvlucht
1956:
geboren in Haarlem
1975:
Webber-Douglas Academy of Dramatic Arts
1976:
begint een studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam
1981:
studeert af aan de Theaterschool Amsterdam
1987:
stopt met acteren en begint met schrijven
1996:
debuteert met Magonische verhalen
1997:
romandebuut met De zwarte met het witte hart
1998:
De vierde wand, reisverhalen
2002:
De droom van de leeuw, roman
2003:
Een schitterend gebrek
2004:
Libris literatuurprijs voor Een schitterend gebrek
2006:
De grote wereld
Eind
februari verscheen De klank van sneeuw, een cd waarop Arthur
Japin de twee novellen Dooi en Zeep voorleest.
Meer
informatie: www.arthurjapin.nl
en www.boekenweek.nl
Verschenen
in: Biblio-zine (Provinciale Bibliotheek Centrale Utrecht)
in februari 2006.
Terug
naar de publicaties
|