Wel
of geen herbestemming?
Baakse
St. Martinuskerk wordt gerestaureerd èn gesplitst
Met
geld uit de kanjerregeling krijgt de St. Martinuskerk in
het Achterhoekse Baak een grondige opknapbeurt. Het kerkbestuur
grijpt de gelegenheid aan om de monumentale kerk te splitsen.
Het voorste gedeelte, inclusief het prachtige priesterkoor,
wordt de nieuwe kerkzaal, voor het schip zoekt de parochie
een andere bestemming.
De
St. Martinuskerk dateert uit 1890 en is gebouwd door architect
Alfred Tepe (1840-1920), een van de belangrijkste vertegenwoordigers
van de neogotiek in Nederland. Hij ontwierp ongeveer zeventig
kerken, het merendeel in Overijssel en Gelderland. Tepe
was een leerling van de bekende architect Pierre Cuypers,
die onder andere het Rijksmuseum heeft ontworpen. "Mede
omdat Tepe de kerk gebouwd heeft, is het een rijksmonument
geworden", zegt penningmeester Jan Veenhuis. "Bijzonder
is bovendien dat de kerk in zijn oorspronkelijke staat bewaard
is gebleven."
Dankzij
een gulle gift van de toenmalige kasteelheer, baron Van
der Heijden, kon Baak een kerk laten bouwen die plaats biedt
aan ongeveer 500 gelovigen. Die omvang paste goed bij die
tijd, maar is nu een probleem geworden. Baak telt ongeveer
1.100 inwoners, waarvan er 700 onder de parochie vallen.
Veenhuis: "Met kerstmis en sommige begrafenissen is
de kerk afgeladen vol, maar gemiddeld komen er op zondag
zeventig mensen. Zo’n grote kerk is ongezellig, lastig te
verwarmen en enorm duur in het onderhoud. Daarom onderzoekt
het kerkbestuur de mogelijkheid om het gebouw te splitsen."
Al
een jaar of tien geleden was duidelijk dat de kerk dringend
toe was aan restauratie. De enorme kosten, die geschat worden
op ongeveer twee miljoen euro, waren lange tijd een struikelblok.
Vorig jaar kwam het bericht dat de kerk ongeveer zeventig
procent van de restauratie kan bekostigen dankzij de Tweede
Kanjersubsidieregeling van de rijksoverheid. Kanjers zijn
rijksmonumenten die dringend aan restauratie toe zijn. Bij
het toekennen van de subsidie kijkt de overheid onder andere
naar de stedenbouwkundige waarde van het object, de manier
waarop het publiek er kennis van kan nemen en de betekenis
van het investeringseffect van de restauratie. Naast de
subsidie draagt de St. Martinuskerk een aanzienlijk deel
van de kosten zelf. Bovendien krijgt de kerk geld van de
gemeente Steenderen, het bisdom Utrecht en de provincie
Gelderland.
Maatwerk
Sinds
oktober staat de kerk in de steigers. "Het is de bedoeling
dat we het exterieur van de kerk van boven naar beneden
onder handen nemen" zegt architect Wim Boerman. "We
doen achtereenvolgens het dak, de muren en de raampartijen."
Delen van het dak zullen worden voorzien van nieuwe leien
en er komen nieuwe zinken goten. Verrotte spanten en sporen
worden vervangen, ongedierte wordt bestreden en de haan
en windvaan worden schoongemaakt en weer op kleur gebracht.
Boerman: "We verwachten dat het dak er daarna, met
normaal onderhoud, weer vijftig jaar tegen kan."
Het
voegwerk van de muren is volgens Boerman redelijk, maar
in het verleden is vaak te harde mortel gebruikt. Het gevolg
is dat de bakstenen eenmaal opgenomen water niet goed aan
de voegen kunnen afstaan. "Dat water bevriest op een
gegeven moment met als gevolg dat de buitenzijde van de
steen afbrokkelt. Bij sommige stenen is al meer dan twaalf
millimeter verdwenen. We zullen die stenen eerst vakkundig
uithakken, daarna metselen we er eenzelfde soort stenen
voor in de plaats. De stenen en de mortel moeten worden
afgestemd op het bestaande werk. Dat maakt restauratie zo
moeilijk en tegelijkertijd zo boeiend. Het is echt maatwerk."
De
ijzeren brugstaven, waaraan schitterende glas-in-loodramen
zijn bevestigd, zijn in de loop der jaren gaan roesten.
Die staven worden daarom vervangen door roestvrijstaal of
brons. Boerman: "Nieuw is dat de ramen voorzetbeglazing
krijgen. Die dient als bescherming voor het glas-in-lood
en heeft thermische voordelen."
Leefbaarheid
Parallel
aan de restauratie zal de binnenkant van de kerk in tweeën
worden gesplitst. "We willen het voorste gedeelte inclusief
het altaar gebruiken voor de diensten", zegt Veenhuis.
Het schip, dat ongeveer tweederde van het gebouw beslaat,
zal een andere bestemming krijgen, waardoor de parochie
fors kan besparen op de onderhoudskosten. Veenhuis: "Die
kosten kan onze gemeenschap nu al niet meer opbrengen. Bovendien
stijgen ze sneller dan onze opbrengsten, zodat het probleem
steeds groter wordt."
Welke
bestemming het schip krijgt, is nog niet duidelijk, zegt
Boerman. "Er zijn inmiddels verschillende voorstellen
gedaan, bijvoorbeeld om er woningen, ateliers of kantoren
in onder te brengen. Er is echter nog geen beslissing genomen."
Veenhuis’ voorkeur gaat uit naar een oplossing waarbij de
grote open ruimte in stand blijft, bijvoorbeeld om er exposities
te houden. "Dat zie ik liever dan dat die ruimte dichtgebouwd
wordt voor woningen." VROM-wethouder André Baars (CDA),
die onder andere Monumenten in zijn portefeuille heeft,
deelt die voorkeur. "We hebben als gemeente een studie
gedaan naar een nieuwe bestemming. Daaruit bleek dat de
combinatie wonen en kerken technisch en financieel haalbaar
is. Maar het heeft onze voorkeur om de ruimte intact te
laten, zodat er minder verbouwd hoeft te worden." Baars
noemt de restauratieplannen van het kerkbestuur "ambitieus
en heel mooi. De kerk is voor het dorp een markant gebouw,
het zou jammer zijn als dat verloren ging. Daarom vind ik
het heel goed dat het kerkbestuur inzet op restauratie."
De
gemeente Steenderen levert een garantiesubsidie van 100.000
euro, maar is ook inhoudelijk betrokken. Een vertegenwoordiger
van de gemeente is aanwezig bij de bouwvergaderingen. Om
een gedeelte van de kerk een andere bestemming te geven,
is bovendien wijziging van het gemeentelijk bestemmingsplan
nodig. Dat betekent dat de gemeente akkoord moet gaan met
de nieuwe invulling van het gebouw. Baars: "We beseffen
dat de kerk te groot is en staan heel open tegenover een
functieverandering. Waar mogelijk proberen we mee te denken.
Belangrijk is dat er een functie gevonden wordt die geen
afbreuk doet aan het karakter van het monument en bijdraagt
aan vergroting van de leefbaarheid in Baak."
De
bedoeling is dat de restauratie eind 2004 voltooid is. Rond
die tijd zal er ook een tussenwand geplaatst zijn tussen
het kerkelijk en het niet-kerkelijk deel. "Persoonlijk
weet ik niet goed of dat een voor- of achteruitgang zal
zijn", zegt Veenhuis. "We kunnen niet stil blijven
staan bij wat geweest is en weten niet wat de toekomst brengen
zal. Daarom moeten we nu onze verantwoordelijkheid nemen.
Het is jammer dat de belangstelling voor het geloof afneemt.
Maar als we dit gebouw kunnen behouden voor het nageslacht,
misschien niet alleen als kerk maar ook als cultuurhistorisch
monument, is dat toch veel waard."