Integratiedebat
laat veel vragen onbeantwoord
Het
rapport van de commissie Integratiebeleid levert meer gespreksstof
dan in een avond kan worden besproken. Dat bleek tijdens
het debat op 26 januari in het Nijmeegse Lux. Drie deelnemers
blikken terug.
"Het
is pure winst dat iemand die de materie uitgebreid heeft
bestudeerd, zulke genuanceerde conclusies trekt", zegt Hans
Spijkerman. Hij is voorzitter van DIVERSA, de vereniging
van provinciale organisaties voor integratiebeleid die het
debat organiseerde. Ook Osmose is lid van deze vereniging.
Bloks
nuance is bij landelijke politici vaak ver te zoeken. Een
gevolg van schuldgevoel, denkt Spijkerman. "Veel politici
voelen zich sinds Fortuyn schuldig over de manier waarop
autochtone Nederlanders in de arme wijken in de steek zijn
gelaten. Dat schuldgevoel leidt tot agressie tegen allochtonen.
Gelukkig is het integratiedebat op lokaal niveau genuanceerder
en begripvoller. Veel lokale bestuurders vinden het uitzettingsbeleid
van minister Verdonk bijvoorbeeld onbegrijpelijk. Door de
geringere afstand en het intensievere contact met burgers
is de wereld voor lokale bestuurders minder zwart-wit en
worden ze direct met de gevolgen van hun beleid geconfronteerd."
Volgens
Spijkerman zijn spanningen onvermijdelijk in een multiculturele
samenleving, maar kunnen die spanningen tot winst leiden.
"Een vruchtbare discussie over bijvoorbeeld het dragen van
hoofddoekjes kan een besluit opleveren waarmee iedereen
vrede heeft."
Turgay
Tankir, directeur van Het Interlokaal in Nijmegen, vindt
dat allochtonen meer bij beleidsontwikkeling en -uitvoering
betrokken moeten raken. "Veel allochtonen praten nauwelijks
over integratie. Zelforganisaties zouden hun achterban moeten
mobiliseren en binnen de eigen kring meer over deze onderwerpen
moeten discussiëren. Door iedereen erbij te betrekken,
vergroot je de kans op succes. In de hulpverlening heb ik
gezien dat als mensen geen probleemeigenaar worden, het
probleem niet wordt opgelost. Dan wordt het het probleem
van de hulpverlener en niet van de klant."
De
gemeente Nijmegen vond het debat zo belangrijk dat op voorstel
van gemeenteraadslid Collaris is besloten de entree voor
alle aanwezigen te betalen. De Nijmeegse wethouder Lenie
Scholten heeft multicultureel beleid in haar portefeuille
en had tijdens het debat graag verder gediscussieerd, bijvoorbeeld
over de vraag hoe lokale bestuurders kunnen leren van landelijke
ervaringen. "Blok zei bijvoorbeeld dat witte en zwarte scholen
vooral ontstaan door sociaal-economische verschillen. Op
die lijn zitten we in Nijmegen ook. Maar wat betekent die
constatering voor je beleid? Dat is voor elke bestuurder
een groot vraagstuk."
Scholten
verwacht van allochtonen meer betrokkenheid bij het maatschappelijk
leven. "Zo vind ik dat zij actiever moeten worden bij de
school: ouderavonden bezoeken, oversteekouders of leesmoeders
worden. Maar ook op inspraakavonden in de wijk over de wijk
komen allochtonen te weinig. "Daarnaast had ze tijdens het
debat de witte kant willen belichten. "Enerzijds zijn verschillende
knelpunten een gevolg van het witte karakter van hulpverleningsinstellingen.
Anderzijds moeten wij ons als witte Nederlanders afvragen
wat we niet goed hebben gedaan. Onze houding kenmerkt zich
door vrijblijvendheid en afzijdigheid. Als we feta nodig
hebben, gaan we naar een Turkse winkel, maar in ons privéleven
blijft het opvallend wit."