Publicaties

HAN-debat Arbeidsreïntegratie: voorkomen is beter dan genezen

Preventie is dé oplossing

Nederland vergrijst. Met als gevolg dat het arbeidspotentieel krimpt. Tot nu toe zocht de overheid de oplossing in reïntegratie van arbeidsongeschikten. Josephine Engels, lector Arbeid en Gezondheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, pleit voor een focus change: niet de uitvallers maar de werkenden moeten centraal staan, zei ze tijdens het HAN-debat ‘Reïntegratie: voorkomen is beter dan genezen!’ Ze kreeg bijval van vrijwel alle deskundigen.

Nederland vergrijst. Tot 2040 zal de bevolking van ons land nog toenemen, daarna zet een onverbiddelijke daling in. “Werkenden krijgen al eerder met de gevolgen van de vergrijzing te maken”, zei Engels, die tevens sprak namens haar mede-lector Yvonne Heerkens. “Zo zal de grijze druk (het aantal 65-plussers per honderd potentiële arbeidskrachten van 20-64 jaar) toenemen van 22 procent in 2003 tot 43 procent in 2040.” Bovendien treedt een dubbele vergrijzing op doordat het aandeel 80-plussers onder de ouderen stijgt. Daarnaast komen er steeds meer werkenden van boven de vijftig.

De vergrijzing en de krimpende arbeidspopulatie zijn volgens Engels niet uitsluitend te ondervangen door ouderen langer te laten doorwerken. Volgens CBS-cijfers is de gezonde levensverwachting van 65-plussers de afgelopen jaren niet veel gestegen. Engels: “De kans dat er in 2040 een heleboel gretige 80-plussers klaar staan op de arbeidsmarkt, is dus klein.” De problemen zijn evenmin op te lossen door immigratie. Daarvoor zijn de aantallen immigranten te klein en fluctueert de stroom te zeer.

Tot nu toe heeft de overheid de oplossing voor de vergrijzing vooral gezocht in reïntegratie. Aanleiding voor die keuze waren vooral de hoge kosten van het grote aantal arbeidsongeschikten. Engels: “Volgens cijfers van het RIVM uit 2002 kosten verzuim en arbeidsongeschiktheid het bedrijfsleven jaarlijks 15 miljard euro.” Dit jaar komt de RIVM met actuele cijfers. Die zijn extra interessant omdat er intussen twee nieuwe wetten van kracht zijn geworden: de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). “Een belangrijk demarcatiepunt”, noemde Engels die laatste wet. “Hiermee verschuift de nadruk van het beste sociale vangnet in Europa naar het principe van work first. De tijd zal leren wat deze wet opbrengt.”

Vroegstagnatie

Dat betekent niet dat reïntegratiebeleid en –zorg nu af zijn. Volgens Engels moet er bijvoorbeeld speciale aandacht komen voor WAO’ers die terugkeren op de arbeidsmarkt. “Ex-arbeidsongeschikten verzuimen meer dan hun ‘gewone’ collega’s. Bovendien is de beeldvorming over deze herintreders ronduit slecht bij zowel werkgevers als collega’s.” Overigens kan ook deze groep het probleem van de vergrijzing slechts gedeeltelijk oplossen. Volgens Engels is de tijd daarom rijp voor een verandering van focus: niet de arbeidsongeschikten moeten centraal staan, maar de werkenden. “Preventie is de beste oplossing. Er moet meer aandacht komen om werkenden gezond aan het werk te houden.”

Engels noemde vier aspecten die samen staan voor een goed preventief beleid: drie inhoudelijke aspecten (arbeidsrisico’s, aandacht voor stagnerende werknemers en aandacht voor leefstijl) en één logistiek aspect (een integrale aanpak). Wat betreft de risico’s op het werk bepaalt de Arbo-wet sinds 2004 dat organisaties een preventiemedewerker in dienst moeten hebben. “De wettelijke eisen aan die functie zijn echter marginaal en de scholing laat te wensen over.” De HAN zal vanaf september een minor Arbeid en gezondheid starten, die onder andere opleidt tot preventiemedewerker.

Een tweede belangrijk aandachtspunt is het herkennen en voorkomen van vroegstagnatie. De WVP stelt werkgever en werknemer samen verantwoordelijk voor het bespoedigen van de terugkeer van een zieke werknemer. De (nog) niet verzuimende werknemer zou volgens Engels dezelfde aandacht moeten krijgen. “Ons lectoraat is bezig een instrument te ontwikkelen om vroegstagnatie bij individuele werknemers op vier vlakken te herkennen: gezondheid, motivatie, betrokkenheid en competenties. Aan het instrument is een individueel plan van aanpak gekoppeld om zorg op maat te kunnen leveren.”

Een derde aspect van preventie is aandacht voor de persoonlijke leefstijl van werknemers. Een van de belangrijkste problemen van deze tijd is overgewicht. Te dikke werknemers zijn minder productief en verzuimen vaker dan hun collega’s. Engels: “De omgeving heeft een belangrijke rol bij het instandhouden of verergeren van dit probleem. Veel mensen hebben een ‘obesogene’ werkomgeving. Meer dan de helft van de werkenden beweegt te weinig. Eenderde wil wel meer bewegen, maar kan dat niet alleen.”

Volgens Engels gebeurt er al veel op het gebied van preventie, maar is het zaak de verschillende eindjes aan elkaar te knopen in een integraal beleid. Het ministerie van VWS is begonnen met Integraal Gezondheidsmanagement om gezondheid een strategische plek te geven. Daarnaast beloont de overheid preventiebeleid en disability management met diverse prijzen.

De verantwoordelijkheid voor een integrale aanpak ligt zowel bij de overheid als bij hulpverleners, werkgevers en onderzoekers. De overheid zou volgens haar meer gestructureerde informatie moeten verstrekken over good practices en een nationaal actieplan rondom integraal preventief beleid moeten formuleren. Hulpverleners zouden meer moeten investeren in het organiseren en ondersteunen van preventief beleid bij bedrijven. Werkgevers zouden moeten worden gestimuleerd om preventieve activiteiten te ondernemen en de negatieve beeldvorming uit de weg te ruimen. Onderzoekers, tot slot, zouden moeten aantonen dat preventie echt loont.

‘Meer verlichting’

Verschillende deskundigen gingen vervolgens de discussie aan met Engels. De eerste was Ton Schoenmaeckers, directeur van de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA). Zijn drive is naar eigen zeggen “om zowel de arbodiensten als het bedrijfsleven duidelijk te maken wat voor goud men in handen heeft. Ze moeten alleen zo nu en dan even bukken om het op te rapen.”

Schoenmaeckers herkende zich in bijna alles wat Engels had gezegd. Het schema reïntegratie-preventie noemde hij echter “te defensief”. Hij had gehoopt op “meer verlichting” in het betoog. “We moeten niet alleen kijken naar arbeidsrisico’s, maar ook naar datgene waar mensen echt voor warmlopen. Zo achterhaal je hoe je mensen enthousiast en vitaal kunt maken.” Engels was het daarmee eens, maar dacht “dat leidinggevenden nog niet zover zijn. Uw scenario is waarschijnlijk pas in 2035 haalbaar.”

Engels refereerde aan de “vrijage” tussen de BOA en de Borea, de brancheorganisatie van reïntegratiebedrijven en vroeg zich af wat de reden daarvoor was en welke gevolgen de samenwerking zou hebben voor ‘uitvallers’. Volgens Schoenmaeckers is het voor brancheorganisaties vrijwel onmogelijk om onafhankelijk te opereren omdat de keten waartoe onder andere zorgverzekeraars, arbodiensten en reïntegratiebedrijven behoren, steeds meer in elkaar schuift. “We hebben een nationale coalitie voor ogen van verschillende stakeholders, die met elkaar het Integraal Gezondheidsmanagement op de agenda van het bedrijfsleven zetten.”

Volgens Schoenmaeckers wordt de “urgency van preventie” nog onvoldoende gevoeld. “Bedrijven zijn net mensen. Als het water niet tot aan hun lippen staat, zijn er maar weinigen die lange-termijnactiviteiten gaan ondernemen.” Gaat u die urgentie op de kaart zetten, wilde gespreksleidster Inez Uerz weten. Schoenmaeckers aarzelde. “Werkgevers moeten zulke producten willen afnemen. Als we geen markt zien, durf ik niet met droge ogen te zeggen dat arbodiensten aanspreekbaar zijn op dit onderwerp.”

Persoonlijke leefstijl

Als tweede schoof Ronald de Leij aan, hoofd strategische beleidsontwikkeling van de algemene werkgeversorganisatie AWVN. Hij zei de noodzaak van een focusverandering “absoluut en van harte” te ondersteunen. “Voorkomen is altijd beter dan genezen. Want hoe goed de genezing ook verloopt, er blijft altijd een litteken achter.” De Leij plaatste wel een kanttekening. “Bij preventie moet je eerst aangeven wat je wilt voorkomen. Dat kan averechts werken. Een werkgever die risico’s wil voorkomen kan besluiten geen arbeidsongeschikten in dienst te nemen. We moeten dus niet te zeer benadrukken welke rampen er allemaal kunnen gebeuren.”

De Leij zei op korte termijn de meeste winst te verwachten van het vroegtijdig signaleren van stagnering. “Daar hoort een gesprek tussen werknemer en zijn leidinggevende bij. Maar wat mag de leidinggevende vragen? Mag hij bijvoorbeeld informeren naar de leefstijl van zijn werknemer? Het is langjarig aan leidinggevenden geleerd dat ze, zodra een werknemer zich ziek meldt, niet eens mogen vragen wat hij mankeert.” De Leij benadrukte dat werknemers op dit gebied niet passief moeten afwachten, maar ook zelf initiatieven moeten nemen.

Engels onderschreef de eigen verantwoordelijkheid van werknemers, maar vond ook dat werkgevers medeverantwoordelijk zijn voor de persoonlijke leefstijl van hun medewerkers. “Hang bijvoorbeeld een bordje op bij de lift: ‘Schadelijk voor uw gezondheid. Neem de trap.’” De Leij was daar niet op tegen, mits die bordjes ook elders komen te hangen. “Waarschuwingen moeten niet alleen staan op de sigaretten die niet meer mogen worden gerookt op het werk, maar ook op de sigaretten die niet meer mogen worden gerookt in het café.”

‘Krankzinnig’

Engels’ laatste discussiepartner was Jet Bussemaker, PvdA-woordvoerder sociale zaken in de Tweede Kamer. Ook zij vond een focus change noodzakelijk. “We moeten veel meer aan preventie doen. Dat kan al vanaf de eerste dag dat iemand verzuimt. Wat mij betreft mogen werkgevers best lastige vragen stellen, ook over de leefstijl van hun werknemers. Het onderscheid tussen de risico’s op en buiten het werk wordt namelijk steeds moeilijker te maken. Steeds meer mensen doen “bijvoorbeeld aan thuiswerken of volgens een cursus buitenshuis.”

De overheid kan volgens Bussemaker een belangrijke rol spelen bij het scheppen van voorwaarden. “Bijvoorbeeld door aan werkgevers die veel investeren in hun werknemers fiscale kortingen te geven. Tegelijkertijd moeten werkgevers die veel werknemers de WAO in laten stromen kunnen worden gestraft. Daarom vind ik het jammer dat de wet Pemba is afgeschaft.” Om duidelijk te maken wat er moet veranderen, verwees Bussemaker naar het koeriersbedrijf Valid Express, dat onder andere voor de Tweede Kamer werkt en uitsluitend arbeidsgehandicapten in dienst heeft. “Om te kunnen uitbreiden heeft dat bedrijf subsidie aangevraagd. Sociale Zaken heeft de subsidie echter geweigerd omdat die zou leiden tot concurrentievervalsing. Dat vind ik krankzinnig! Door zulke bedrijven te belonen is er nog een wereld te winnen.”

Verschenen in mei 2006 op de website van Lux Nijmegen

Terug naar de publicaties


 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © Tekstlink - 024-344 6760 - info@tekstlink.com