Herinrichting
vergt inzicht en lange adem
Het
interieur van veel monumentale kerkgebouwen past niet meer
goed bij de huidige vorm van erediensten. Herinrichting
is dan een logische optie. Maar vooral bij rijksmonumenten,
en dat zijn ruim de helft van de ongeveer 7.000 kerken in
Nederland, zijn kennis van de procedures en een lange adem
onontbeerlijk.
Het
lijkt vaak zo eenvoudig: kerkbanken eruit en stoelen erin
om ruimte te creëren voor bijvoorbeeld de cantorij, het
avondmaal of buitenkerkelijke activiteiten, zoals exposities
en recepties. Maar wie een beschermd monument wil wijzigen,
heeft een vergunning nodig, zo bepaalt artikel 11 van de
Monumentenwet van 1988. Zo’n vergunning
moet worden aangevraagd bij de burgerlijke gemeente, die
voor haar beslissing advies inwint bij de Rijksdienst voor
de Monumentenzorg en de plaatselijke monumentencommissie.
Volgens artikel 2 van de Monumentenwet wordt over een kerkelijk
monument geen beslissing genomen dan na overleg met de eigenaar.
In artikel 18 staat zelfs dat er “overeenstemming” met de
eigenaar moet zijn. Deze bepaling geldt echter alleen bij
liturgische kwesties, of, zoals de wet het verwoordt: “voorzover
het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van
het belijden van de godsdienst of de levensovertuiging in
dat monument in het geding zijn”.
Praktische
waarde
“De
spanning tussen liturgie en monumentenzorg bestaat al langer,
maar is door de gedecentraliseerde opzet van de Monumentenwet
van 1988 actueler geworden”, zegt Jaap Broekhuizen. Hij
is secretaris van de commissie kerkelijke gebouwen van het
Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO-K) en werkt
bij het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht. Vóór 1988
was het de minister van cultuur die vergunningen verleende
of weigerde. Hij leunde zwaar op het advies van de Rijksdienst
voor de Monumentenzorg. Sinds 1988 is de lokale overheid
verantwoordelijk voor het toe- of afwijzen van vergunningen.
Daardoor is de aansturing minder eenduidig en kunnen er
regionale en lokale verschillen ontstaan. Er kunnen zich
diverse problemen voordoen, zegt Broekhuizen. “Zo hebben
lokale adviseurs soms meer oog voor de historische waarde
van een kerkgebouw dan voor het praktisch
gebruik ervan. Daarnaast zijn de procedures niet zo bekend.
Veel gemeenten hebben maar één of twee monumentale kerken
en dus zelden met de problematiek te maken. Ik vermoed dat
het gros van de gemeentelijke monumentenambtenaren het overeenstemmingsvereiste
uit artikel 18 niet kent.”
Verrijdbare
banken
Voor
de monumentale Catharinakerk in Doetinchem bestaan al bijna
tien jaar herinrichtingsplannen. “Door de banken te vervangen
door losse stoelen kunnen we het gebouw beter geschikt maken
voor multifunctioneel gebruik”, zegt Janny Grootjans, lid
van de protestantse gemeente en voorzitter van de Stichting
Catharina Cultureel. Die stichting is midden jaren tachtig
opgericht om geld in te zamelen voor grote en noodzakelijke
restauraties. Naast giften en sponsoring zorgt ook de verhuur
van de kerk voor inkomsten. “De inkomsten hebben we hard
nodig om de kerk in stand te houden. Maar met de huidige
inrichting is het gebouw kerk eigenlijk alleen geschikt
voor concerten. Recepties, congressen en grote exposities
zijn alleen mogelijk als we de banken verwijderen.”
Vanaf
het begin zijn alle partijen, zoals de burgerlijke gemeente,
het college van kerkrentmeesters, de wijkgemeente, de Rijksdienst
voor de Monumentenzorg en de stichting bij de plannen betrokken.
De houding van de gemeente Doetinchem is volgens Grootjans
altijd positief geweest. “Het is een voordeel dat onze stichting al zo lang actief is.
Daardoor weet de gemeente wat er mogelijk is met het kerkgebouw.
Ik merk dat de burgerlijke gemeente veel waardering heeft
voor de manier waarop wij de kerk willen neerzetten.”
De
herinrichtingsplannen hebben bovendien de volle steun van
de kerkelijke gemeente, zegt Grootjans. “De huidige liturgie
vraagt om een gevarieerd gebruik van de ruimte. Tijdens
de eredienst is soms een kringopstelling prettig. Bovendien
is het gemakkelijk om met kleinere groepen in een van de
zijbeuken te kunnen samenkomen. Een aantal kerkgangers is
nog gehecht aan de kerkbanken, maar die mensen beseffen
ook dat de banken het moeilijk maken inkomsten te vergaren
door andere activiteiten te organiseren. Het is een dilemma
waar vrijwel alle kerken tegenwoordig mee kampen.”
Ook
met de twee organen die het Doetinchemse college van B&W
adviseren over de plannen, de monumentencommissie en het
Gelders Genootschap, zijn de contacten goed. Grootjans: “Het
Gelders Genootschap heeft voorgesteld
om een klein aantal banken te laten staan vanwege de historische
waarde ervan. Maar het genootschap stelt zich heel constructief
op en kwam bijvoorbeeld zelf met de mogelijkheid van verrijdbare
banken.”
Functiebehoud
Het
brede draagvlak lijkt een logische voorwaarde voor succes,
maar is niet altijd vanzelfsprekend. Broekhuizen
herinnert zich een geval waarbij kerkelijke gemeenteleden
tijdens een hoorzitting van een burgerlijke gemeente zoveel
bezwaren tegen de mogelijke vergunningverlening inbrachten,
dat de burgemeester de zitting schorste. Hij vond dat er
eerst maar eens een kerkelijke gemeenteavond moest worden
gehouden.
Naast
zorgen voor een breed draagvlak, adviseert Broekhuizen om
vroegtijdig, bijvoorbeeld bij een restauratie, te bekijken
of herinrichting nodig is. Daarnaast moet de kerk de aanvraag
onderbouwen vanuit kerkelijk-liturgische motieven,
zoals meer ruimte voor de viering van het avondmaal, kerkmuziek,
de doop of andere vormen van eredienst. “Het overeenstemmingsvereiste
uit artikel 18 is alleen van toepassing als een kerk meer
ruimte nodig heeft voor liturgische activiteiten en het
gebeurt nog steeds dat B&W een vergunning weigeren omdat
de liturgische aspecten onvoldoende onder hun aandacht zijn
gebracht. Je kunt dus beter aangeven dat
je de banken wilt verwijderen om het avondmaal anders te
kunnen vieren dan omdat je kamermuziekconcerten wilt organiseren.”
Door
de specifieke regels goed toe te passen kunnen burgerlijke
gemeenten bijdragen aan het behoud en functiebehoud van
monumentale kerken, zegt Broekhuizen. “Veel Samen op Weg-gemeenten beschikken over een monumentale hervormde
en een moderne gereformeerde kerk. Als ze de monumentale
kerk niet mogen aanpassen, kan het zijn dat ze uitwijken
naar de moderne kerk. Dat zou een heleboel monumentale dorpskerken
op de markt brengen.”
Na
bijna tien jaar van plannen maken en overleggen hoopt Grootjans
dat het einde in zicht is. “We hebben onlangs een preadvies
gevraagd aan de twee adviesorganen. Als zij een eensluidend
advies uitbrengen, en ik ga er vanuit dat we daarop uitkomen,
dan kan B&W binnen een paar maanden een vergunning verlenen.
Mochten ze niet eensluidend adviseren, dan kan het nog heel
lang duren.”
Verschenen
in augustus 2004 in: Venster (Stichting Oude Gelderse
kerken)