Archief 2004

Herinrichting vergt inzicht en lange adem

Het interieur van veel monumentale kerkgebouwen past niet meer goed bij de huidige vorm van erediensten. Herinrichting is dan een logische optie. Maar vooral bij rijksmonumenten, en dat zijn ruim de helft van de ongeveer 7.000 kerken in Nederland, zijn kennis van de procedures en een lange adem onontbeerlijk.

Het lijkt vaak zo eenvoudig: kerkbanken eruit en stoelen erin om ruimte te creëren voor bijvoorbeeld de cantorij, het avondmaal of buitenkerkelijke activiteiten, zoals exposities en recepties. Maar wie een beschermd monument wil wijzigen, heeft een vergunning nodig, zo bepaalt artikel 11 van de Monumentenwet van 1988. Zo’n vergunning moet worden aangevraagd bij de burgerlijke gemeente, die voor haar beslissing advies inwint bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de plaatselijke monumentencommissie. Volgens artikel 2 van de Monumentenwet wordt over een kerkelijk monument geen beslissing genomen dan na overleg met de eigenaar. In artikel 18 staat zelfs dat er “overeenstemming” met de eigenaar moet zijn. Deze bepaling geldt echter alleen bij liturgische kwesties, of, zoals de wet het verwoordt: “voorzover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of de levensovertuiging in dat monument in het geding zijn”.

Praktische waarde

“De spanning tussen liturgie en monumentenzorg bestaat al langer, maar is door de gedecentraliseerde opzet van de Monumentenwet van 1988 actueler geworden”, zegt Jaap Broekhuizen. Hij is secretaris van de commissie kerkelijke gebouwen van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO-K) en werkt bij het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht. Vóór 1988 was het de minister van cultuur die vergunningen verleende of weigerde. Hij leunde zwaar op het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Sinds 1988 is de lokale overheid verantwoordelijk voor het toe- of afwijzen van vergunningen. Daardoor is de aansturing minder eenduidig en kunnen er regionale en lokale verschillen ontstaan. Er kunnen zich diverse problemen voordoen, zegt Broekhuizen. “Zo hebben lokale adviseurs soms meer oog voor de historische waarde van een kerkgebouw dan voor het praktisch gebruik ervan. Daarnaast zijn de procedures niet zo bekend. Veel gemeenten hebben maar één of twee monumentale kerken en dus zelden met de problematiek te maken. Ik vermoed dat het gros van de gemeentelijke monumentenambtenaren het overeenstemmingsvereiste uit artikel 18 niet kent.”

Verrijdbare banken

Voor de monumentale Catharinakerk in Doetinchem bestaan al bijna tien jaar herinrichtingsplannen. “Door de banken te vervangen door losse stoelen kunnen we het gebouw beter geschikt maken voor multifunctioneel gebruik”, zegt Janny Grootjans, lid van de protestantse gemeente en voorzitter van de Stichting Catharina Cultureel. Die stichting is midden jaren tachtig opgericht om geld in te zamelen voor grote en noodzakelijke restauraties. Naast giften en sponsoring zorgt ook de verhuur van de kerk voor inkomsten. “De inkomsten hebben we hard nodig om de kerk in stand te houden. Maar met de huidige inrichting is het gebouw kerk eigenlijk alleen geschikt voor concerten. Recepties, congressen en grote exposities zijn alleen mogelijk als we de banken verwijderen.”

Vanaf het begin zijn alle partijen, zoals de burgerlijke gemeente, het college van kerkrentmeesters, de wijkgemeente, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de stichting bij de plannen betrokken. De houding van de gemeente Doetinchem is volgens Grootjans altijd positief geweest. “Het is een voordeel dat onze stichting al zo lang actief is. Daardoor weet de gemeente wat er mogelijk is met het kerkgebouw. Ik merk dat de burgerlijke gemeente veel waardering heeft voor de manier waarop wij de kerk willen neerzetten.”

De herinrichtingsplannen hebben bovendien de volle steun van de kerkelijke gemeente, zegt Grootjans. “De huidige liturgie vraagt om een gevarieerd gebruik van de ruimte. Tijdens de eredienst is soms een kringopstelling prettig. Bovendien is het gemakkelijk om met kleinere groepen in een van de zijbeuken te kunnen samenkomen. Een aantal kerkgangers is nog gehecht aan de kerkbanken, maar die mensen beseffen ook dat de banken het moeilijk maken inkomsten te vergaren door andere activiteiten te organiseren. Het is een dilemma waar vrijwel alle kerken tegenwoordig mee kampen.”

Ook met de twee organen die het Doetinchemse college van B&W adviseren over de plannen, de monumentencommissie en het Gelders Genootschap, zijn de contacten goed. Grootjans: “Het Gelders Genootschap heeft voorgesteld om een klein aantal banken te laten staan vanwege de historische waarde ervan. Maar het genootschap stelt zich heel constructief op en kwam bijvoorbeeld zelf met de mogelijkheid van verrijdbare banken.”

Functiebehoud

Het brede draagvlak lijkt een logische voorwaarde voor succes, maar is niet altijd vanzelfsprekend. Broekhuizen herinnert zich een geval waarbij kerkelijke gemeenteleden tijdens een hoorzitting van een burgerlijke gemeente zoveel bezwaren tegen de mogelijke vergunningverlening inbrachten, dat de burgemeester de zitting schorste. Hij vond dat er eerst maar eens een kerkelijke gemeenteavond moest worden gehouden.

Naast zorgen voor een breed draagvlak, adviseert Broekhuizen om vroegtijdig, bijvoorbeeld bij een restauratie, te bekijken of herinrichting nodig is. Daarnaast moet de kerk de aanvraag onderbouwen vanuit kerkelijk-liturgische motieven, zoals meer ruimte voor de viering van het avondmaal, kerkmuziek, de doop of andere vormen van eredienst. “Het overeenstemmingsvereiste uit artikel 18 is alleen van toepassing als een kerk meer ruimte nodig heeft voor liturgische activiteiten en het gebeurt nog steeds dat B&W een vergunning weigeren omdat de liturgische aspecten onvoldoende onder hun aandacht zijn gebracht. Je kunt dus beter aangeven dat je de banken wilt verwijderen om het avondmaal anders te kunnen vieren dan omdat je kamermuziekconcerten wilt organiseren.”

Door de specifieke regels goed toe te passen kunnen burgerlijke gemeenten bijdragen aan het behoud en functiebehoud van monumentale kerken, zegt Broekhuizen. “Veel Samen op Weg-gemeenten  beschikken over een monumentale hervormde en een moderne gereformeerde kerk. Als ze de monumentale kerk niet mogen aanpassen, kan het zijn dat ze uitwijken naar de moderne kerk. Dat zou een heleboel monumentale dorpskerken op de markt brengen.”

Na bijna tien jaar van plannen maken en overleggen hoopt Grootjans dat het einde in zicht is. “We hebben onlangs een preadvies gevraagd aan de twee adviesorganen. Als zij een eensluidend advies uitbrengen, en ik ga er vanuit dat we daarop uitkomen, dan kan B&W binnen een paar maanden een vergunning verlenen. Mochten ze niet eensluidend adviseren, dan kan het nog heel lang duren.”

Verschenen in augustus 2004 in: Venster (Stichting Oude Gelderse kerken)

Terug naar de publicaties


 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © Tekstlink - 024-344 6760 - info@tekstlink.com