Multidisciplinaire
studie naar het kerkgebouw
“Kerkgebouwen
zijn verankerd in ons collectieve geheugen”
In
elk dorp en elke stad staan kerkgebouwen. Ze zijn vaak niet
alleen plaatsen van samenkomst, maar ook markante punten
met een enorme zeggingskracht, ook voor niet-kerkgangers.
De bouwkundigen Kees Doevendans en Gertjan van der Harst
stelden er een bundel over samen: Het kerkgebouw in het
postindustriële landschap.
Het boek
is een initiatief van de Werkgroep Kerkbouw, inrichting
en restauratie van de Protestantse Kerk in Nederland. Beide
redacteuren zijn lid van de werkgroep, die onder andere
adviseert over herinrichting en restauratie van kerkgebouwen,
en streeft naar deskundigheidsbevordering. In dat streven
past deze bundel, waarin achttien bijdragen zijn opgenomen
over tal van facetten van het fenomeen kerkgebouw. “Tot
nu toe werd de discussie over kerkgebouwen vooral gevoerd
vanuit de invalshoeken van gemeenteopbouw en liturgie”,
zegt Doevendans, die als universitair hoofddocent is verbonden
aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Met deze publicatie
willen we de discussie in een bredere context plaatsen.
Daarom staan er ook bijdragen in over geschiedenis, architectuur,
stedenbouw en topografie.” Volgens Van der Harst, bouwkundige
bij de gemeente Delft, is het boek daardoor “een multidisciplinaire
studie geworden, op de snijlijn van theologie, historie,
architectuur en sociale wetenschappen”.
De redacteuren
trekken geen eenduidige conclusies, daarvoor zijn de bijdragen
te divers. Wel signaleren ze verschillende trends, zoals
de problematiek rond herinrichting als gevolg van teruglopend
kerkbezoek, en de eigendomsoverdracht van monumenten aan
de burgerlijke gemeente. Van der Harst: “Die kwesties zijn
al langer bekend, maar worden steeds nijpender. Een andere
trend is dat kerkelijke gemeenten zich steeds minder bewust
lijken van het bredere kader waarin hun gebouw staat. Veel
kerken weten nauwelijks hoe sterk ze zijn geworteld in de
samenleving en welke rijkdom ze vertegenwoordigen, ook voor
niet-kerkgangers. Kerken hebben een enorme zeggingskracht
en zijn verankerd in het collectieve geheugen van de samenleving.
Dat besef moet vooral onder protestanten nog groeien. Zij
zijn sterk op het woord gericht. Kunst, dus ook kerkbouw
en haar verband met de samenleving, wordt nogal eens verwaarloosd."
Eeuwenoude
elementen
Het geringe
besef van de waarde van kerken, ziet Van der Harst vooral
bij gebouwen uit de periode 1945-1970, een onderwerp waarover
hij zelf een bijdrage voor de bundel schreef. “De aandacht
voor de jonge bouwkunst neemt weliswaar toe, maar mensen
zijn zelden trots op een moderne kerk. Toch kunnen zulke
gebouwen hun eigen betekenis hebben.” Zo kunnen ook in moderne
kerken eeuwenoude elementen doorklinken, zoals een dwarsopstelling,
een dominante kansel en een bankenopstelling langs de zijwand.
Van der Harst: “Als je mensen daarop wijst, gaan ze hun
eigen gebouw meteen meer waarderen.”
In Van
der Harsts bijdrage komen verschillende Gelderse kerken
aan bod, zoals de hervormde dorpskerk in Halle, de gereformeerde
Vredenbergkerk in Oosterbeek, de gereformeerde Jachtlaankerk
in Apeldoorn en de eveneens gereformeerde Maranathakerk
in Nijmegen. Typerend is volgens Van der Harst vooral de
grote variatie in liturgische uitgangspunten, typen en stijlen
van zulke naoorlogse gebouwen. “Die diversiteit is onder
andere een gevolg van veranderende theorievorming binnen
de Nederlands-hervormde kerk en van intensieve architectuurdiscussies
over kerkbouw, vooral tussen modernisten en traditionalisten.”
Doevendans
heeft zich met historicus Richard Stolzenburg gebogen over
de stedenbouwkundige rol die kerkgebouwen na de oorlog zijn
gaan spelen. De kerkorde van de Nederlands-hervormde kerk
was lange tijd gebaseerd op de wijkgedachte. Volgens dit
stedenbouwkundig model werden steden geleed naar wijken
en buurten. Doel daarvan was om door overzichtelijkheid
de gemeenschapszin van de inwoners te versterken. Zo ontstonden
de wijkkerk en de wijkgemeente. In de praktijk bleek echter
dat binding aan de gemeenschap zich niet geografisch liet
bepalen. Doevendans: “Door onder andere secularisatie en
samenvoeging van verschillende wijken, is die wijkgedachte
niet actueel meer. De kerk zou daarom moeten afstappen van
het idee dat de stad een samenhangend geheel is van wijken
en buurten.”
Maaiveld
Een opmerkelijke
bijdrage is die van Oya Atalay Franck over symboliek in
architectuur. Zij legt aan de hand van het Jüdisches Museum
in Berlijn uit welke middelen de architect heeft gebruikt
om de Shoah al uit het gebouw zelf te kunnen aflezen. Ook
kerken hebben voor veel mensen een symboolfunctie, zegt
Van der Harst. “Die functie kan echter snel verschuiven.
Vanaf de jaren zestig zie je dat hoge kerktorens voor veel
mensen symbool staan voor de macht van en onderdrukking
door de kerk.” Eenzelfde discussie speelt nu bij hoge minaretten
van moskeeën. Kerkgebouwen zijn door de jaren heen minder
opzichtig geworden en meer geïntegreerd in de samenleving.
Van der Harst: “Die trend wordt nu minder, mensen staan
toleranter tegenover kerkgebouwen of waarderen die zelfs
weer. Maar nog steeds hebben kerken de neiging om onder
het maaiveld te blijven.”
De werkgroep
Kerkbouw is inmiddels bezig met een nieuw initiatief: een
lijst van kerkgebouwen met een monumentale of cultuurhistorische
waarde. Van der Harst: “Het zal daarbij niet per definitie
om bestaande monumenten gaan. We zullen een eigen lijst
maken op basis van bijvoorbeeld liturgische en architectonische
criteria.” Doevendans: ”Het zal interessant zijn om de juiste
criteria te vinden. Het leuke van zo’n lijst is bovendien
dat we daarmee een discussie op gang kunnen brengen tussen
kerk en maatschappij over de waarde van de kerkgebouwen.”
---
Kees
Doevendans en Gertjan van der Harst [red.]: Het kerkgebouw
in het postindustriële landschap / The church in the post-industrial
landscape. Boekencentrum, 2004. ISBN: 90 239 1524 0
Verschenen in december 2004 in: Venster
(Stichting Oude Gelderse kerken)