Archief 2004

Thema-avond kleine kernen: meer kansen dan bedreigingen

Door individualisering en de toegenomen mobiliteit staat het voorzieningenniveau op het platteland onder druk. Hoe moeten bibliotheken hiermee omgaan? Welke kansen en bedreigingen zijn er? Die vragen stonden centraal tijdens de thema-avond ‘Vitaal Utrechts Platteland’, die de PBCU op 27 oktober in het Provinciehuis organiseerde.

Provincieambtenaar Lodewijk le Grand gaf een toelichting op de inzet van EU-fondsen, zoals het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP) en Leader+. “Bibliotheken met goede ideeën kunnen het best terecht bij Leader+. Zoek contact met een projectmanager zodat je samen kunt uitvlooien of de ideeën haalbaar zijn.” Structurele financiële ondersteuning is volgens hem niet mogelijk. “Het moet gaan om een project, dat een begin en een eind heeft, en kan worden opgeleverd.”

“Klasse dat er van alles mogelijk is", vond Dieny Scheffer, welzijnswethouder van de gemeente Lopik. “Je kunt daardoor bijvoorbeeld een bibliotheekgebouw neerzetten. Probleem is alleen dat je het zelf moet exploiteren.” Scheffer brak een lans voor de bibliotheekvoorzieningen in haar gemeente door de zaal op een imaginaire tocht per bibliobus door de Lopikerwaard te leiden. Ze beschreef negen kleine kernen, inclusief de aanwezige bibliotheekvoorzieningen en de smalle rivierdijkjes waarover de bibliobus slingert.

Economische factoren bedreigen het platteland, aldus Scheffer: agrarische bedrijven komen leeg te staan, voorzieningen verdwijnen, jongeren kunnen geen geschikte woonruimte vinden. “We moeten investeren in samenhang en leefbaarheid. De vitaliteit is op veel plaatsen nog goed, maar we moeten zorgen dat dat zo blijft.”

Verschraling

Chris Wiersma, directeur van de PBCU, schetste de historische ontwikkeling van het bibliotheekwerk in kleine kernen. Eind jaren zeventig was er een fijnmazig netwerk ontstaan van bibliotheken en bibliobushaltes. Bibliotheken wilden destijds alles voor iedereen bieden. Die nog steeds zichtbare ambitie maakt bibliotheken minder effectief. Daarom is afstemming nodig over functie en bereik van bibliotheekvestigingen. “Als een bibliotheek vrijwel uitsluitend wordt gebruikt door scholieren en bejaarden moet je daar de marketing, collectie en openstelling op afstemmen.”

Wiersma noemde het “onverstandig” dat de huidige spreiding en dienstverlening bijna heilig zijn bij de vorming van regiobibliotheken. Hij pleitte voor flexibele continuïteit. “Door taakverdeling tussen verschillende bibliotheken worden doelgroepen beter bediend en blijven kosten beheersbaar.” Soms is samenvoeging nodig, soms juist opening van een nieuwe vestiging of andere oplossingen, zoals bibliotheekzuilen en digitale trapveldjes. “Ik juich experimenten toe, maar zie wel het gevaar van deprofessionalisering. De vervanging van een bibliobushalte door een uitleenpost die door vrijwilligers bemand en niet door een bibliotheek ondersteund wordt, is een ongewenste verschraling.”

Als een gemeente de leefbaarheid in kleine kernen stimuleert, moeten bibliotheken volgens Wiersma “creatief kijken wat ze daaraan kunnen bijdragen. We moeten streven naar verdere verrijking en een betere inbedding van de bibliotheek.” Wat betreft de eigen rol in kleine kernen wil de PBCU de bibliobus beter laten aansluiten op de lokale situatie. “De bibliobus is te lang als standaardproduct ingezet. Door meer afstemming en overleg met plaatselijke bibliotheken willen we inbedding en verrijking realiseren. Ook zal de PBCU de tarieven voor de bibliobus verlagen door meer provinciale subsidie in te zetten. “Dat doen we enerzijds om de huidige standplaatsen te handhaven en anderzijds om verhoging van het aantal haltes en verlenging van de sta-tijd per halte aantrekkelijker te maken.”

Ontmoetingsplaats

Tijdens de pauze konden de aanwezigen een voor het Provinciehuis geparkeerde bibliobus bezoeken. Aansluitend vertelde Bob Koedijker, directeur van Hart-retail, over zijn formule voor dorpswinkels waarin maatschappelijke instellingen, zoals bibliotheken, ruimte kunnen huren. Twee Hart-winkels zijn inmiddels geopend, vijf zitten er nog in de pijplijn. “Soms zal daardoor de bibliobus vervallen. Maar in plaats van een uur bibliobus kunnen mensen straks een hele dag terecht in de Hart-winkel, waar bovendien een grotere collectie wordt aangeboden.”

De aansluitende discussie spitste zich toe op de vraag of kleine kernen meer hebben aan een bibliobus gerund door professionals of een bibliotheekvestiging met uitsluitend vrijwilligers. Verschillende mensen opteerden voor het laatste omdat de bibliotheek daardoor kan uitgroeien tot ontmoetingsplaats. Een ander vond juist dat vrijwilligers zich moeten beperken tot technische taken als uitlening. “Ik zou collectievorming en aansturing nooit aan vrijwilligers overlaten, zelfs niet in de kleinste uitleenpost.” Wethouder Scheffer zag dat anders. “Er moet wel professionele ondersteuning zijn, maar vrijwilligers zijn zó bevlogen. Zonder hen kun je niet.”

Vrijwel iedereen leek het erover eens dat bibliotheken meer aansluiting moeten zoeken bij externe partners. Maar, zei een vrouw, “dan moeten we over ons introverte karakter heenstappen. We moeten de markt op en onze diensten met lef verkopen.” Lastig genoeg, dacht ze, “want dat is niet des bibliotheeks”. Wiersma vatte de discussie samen als: “We moeten flexibel denken en kansen pakken. Al met al lijken er meer kansen dan bedreigingen.”

===

Adrie Vermaas, secretaris openbare bibliotheek Vianen

"Ik vond de bijeenkomst erg informatief. Om het bibliotheekwerk in kleine kernen te redden moeten bibliotheekmensen over hun eigen schutting heenkijken. Door zo'n avond word ik herbevestigd in het idee dat we partners moeten zoeken, ook van buiten de bibliotheeksector. Ik ben er absoluut op tegen dat vrijwilligers worden gebruikt als panacee tegen geldgebrek, maar ze kunnen een duidelijke meerwaarde vormen voor een lokale gemeenschap."

Annette Schol, directeur openbare bibliotheek Woerden

"Ik vond vooral de inleiding van Le Grand interessant. Ik wist niet eens dat al die geldpotjes er waren. Ook het idee van de Hart-winkels was nieuw. Het is zeker de moeite waard om zulke initiatieven te overwegen. Wel zou ik graag zien dat de winkels zich niet beperkten tot boeken schuiven. De kleine kernen in onze gemeente hebben allemaal een zelfstandige bibliotheekvestiging, waarvan die in Zegveld volledig door vrijwilligers wordt gerund. Niet ideaal, maar te verkiezen boven een bibliobus die een uur per week komt."

Terug naar het archief 2004


 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © Tekstlink - 024-344 6760 - info@tekstlink.com