Thema-avond
kleine kernen: meer kansen dan bedreigingen
Door
individualisering en de toegenomen mobiliteit
staat het voorzieningenniveau op het platteland
onder druk. Hoe moeten bibliotheken hiermee
omgaan? Welke kansen en bedreigingen zijn er?
Die vragen stonden centraal tijdens de thema-avond
‘Vitaal Utrechts Platteland’, die de PBCU op
27 oktober in het Provinciehuis organiseerde.
Provincieambtenaar
Lodewijk le Grand gaf een toelichting op de
inzet van EU-fondsen, zoals het Plattelands
Ontwikkelings Programma (POP) en Leader+. “Bibliotheken
met goede ideeën kunnen het best terecht bij
Leader+. Zoek contact met een projectmanager
zodat je samen kunt uitvlooien of de ideeën
haalbaar zijn.” Structurele financiële ondersteuning
is volgens hem niet mogelijk. “Het moet gaan
om een project, dat een begin en een eind heeft,
en kan worden opgeleverd.”
“Klasse
dat er van alles mogelijk is", vond Dieny Scheffer,
welzijnswethouder van de gemeente Lopik. “Je
kunt daardoor bijvoorbeeld een bibliotheekgebouw
neerzetten. Probleem is alleen dat je het zelf
moet exploiteren.” Scheffer brak een lans voor
de bibliotheekvoorzieningen in haar gemeente
door de zaal op een imaginaire tocht per bibliobus
door de Lopikerwaard te leiden. Ze beschreef
negen kleine kernen, inclusief de aanwezige
bibliotheekvoorzieningen en de smalle rivierdijkjes
waarover de bibliobus slingert.
Economische
factoren bedreigen het platteland, aldus Scheffer:
agrarische bedrijven komen leeg te staan, voorzieningen
verdwijnen, jongeren kunnen geen geschikte woonruimte
vinden. “We moeten investeren in samenhang en
leefbaarheid. De vitaliteit is op veel plaatsen
nog goed, maar we moeten zorgen dat dat zo blijft.”
Verschraling
Chris
Wiersma, directeur van de PBCU, schetste de
historische ontwikkeling van het bibliotheekwerk
in kleine kernen. Eind jaren zeventig was er
een fijnmazig netwerk ontstaan van bibliotheken
en bibliobushaltes. Bibliotheken wilden destijds
alles voor iedereen bieden. Die nog steeds zichtbare
ambitie maakt bibliotheken minder effectief.
Daarom is afstemming nodig over functie en bereik
van bibliotheekvestigingen. “Als een bibliotheek
vrijwel uitsluitend wordt gebruikt door scholieren
en bejaarden moet je daar de marketing, collectie
en openstelling op afstemmen.”
Wiersma
noemde het “onverstandig” dat de huidige spreiding
en dienstverlening bijna heilig zijn bij de
vorming van regiobibliotheken. Hij pleitte voor
flexibele continuïteit. “Door taakverdeling
tussen verschillende bibliotheken worden doelgroepen
beter bediend en blijven kosten beheersbaar.”
Soms is samenvoeging nodig, soms juist opening
van een nieuwe vestiging of andere oplossingen,
zoals bibliotheekzuilen en digitale trapveldjes.
“Ik juich experimenten toe, maar zie wel het
gevaar van deprofessionalisering. De vervanging
van een bibliobushalte door een uitleenpost
die door vrijwilligers bemand en niet door een
bibliotheek ondersteund wordt, is een ongewenste
verschraling.”
Als
een gemeente de leefbaarheid in kleine kernen
stimuleert, moeten bibliotheken volgens Wiersma
“creatief kijken wat ze daaraan kunnen bijdragen.
We moeten streven naar verdere verrijking en
een betere inbedding van de bibliotheek.” Wat
betreft de eigen rol in kleine kernen wil de
PBCU de bibliobus beter laten aansluiten op
de lokale situatie. “De bibliobus is te lang
als standaardproduct ingezet. Door meer afstemming
en overleg met plaatselijke bibliotheken willen
we inbedding en verrijking realiseren. Ook zal
de PBCU de tarieven voor de bibliobus verlagen
door meer provinciale subsidie in te zetten.
“Dat doen we enerzijds om de huidige standplaatsen
te handhaven en anderzijds om verhoging van
het aantal haltes en verlenging van de sta-tijd
per halte aantrekkelijker te maken.”
Ontmoetingsplaats
Tijdens
de pauze konden de aanwezigen een voor het Provinciehuis
geparkeerde bibliobus bezoeken. Aansluitend
vertelde Bob Koedijker, directeur van Hart-retail,
over zijn formule voor dorpswinkels waarin maatschappelijke
instellingen, zoals bibliotheken, ruimte kunnen
huren. Twee Hart-winkels zijn inmiddels geopend,
vijf zitten er nog in de pijplijn. “Soms zal
daardoor de bibliobus vervallen. Maar in plaats
van een uur bibliobus kunnen mensen straks een
hele dag terecht in de Hart-winkel, waar bovendien
een grotere collectie wordt aangeboden.”
De
aansluitende discussie spitste zich toe op de
vraag of kleine kernen meer hebben aan een bibliobus
gerund door professionals of een bibliotheekvestiging
met uitsluitend vrijwilligers. Verschillende
mensen opteerden voor het laatste omdat de bibliotheek
daardoor kan uitgroeien tot ontmoetingsplaats.
Een ander vond juist dat vrijwilligers zich
moeten beperken tot technische taken als uitlening.
“Ik zou collectievorming en aansturing nooit
aan vrijwilligers overlaten, zelfs niet in de
kleinste uitleenpost.” Wethouder Scheffer zag
dat anders. “Er moet wel professionele ondersteuning
zijn, maar vrijwilligers zijn zó bevlogen. Zonder
hen kun je niet.”
Vrijwel
iedereen leek het erover eens dat bibliotheken
meer aansluiting moeten zoeken bij externe partners.
Maar, zei een vrouw, “dan moeten we over ons
introverte karakter heenstappen. We moeten de
markt op en onze diensten met lef verkopen.”
Lastig genoeg, dacht ze, “want dat is niet des
bibliotheeks”. Wiersma vatte de discussie samen
als: “We moeten flexibel denken en kansen pakken.
Al met al lijken er meer kansen dan bedreigingen.”
===
Adrie
Vermaas, secretaris openbare bibliotheek Vianen
"Ik
vond de bijeenkomst erg informatief. Om het
bibliotheekwerk in kleine kernen te redden moeten
bibliotheekmensen over hun eigen schutting heenkijken.
Door zo'n avond word ik herbevestigd in het
idee dat we partners moeten zoeken, ook van
buiten de bibliotheeksector. Ik ben er absoluut
op tegen dat vrijwilligers worden gebruikt als
panacee tegen geldgebrek, maar ze kunnen een
duidelijke meerwaarde vormen voor een lokale
gemeenschap."
Annette
Schol, directeur openbare bibliotheek Woerden
"Ik
vond vooral de inleiding van Le Grand interessant.
Ik wist niet eens dat al die geldpotjes er waren.
Ook het idee van de Hart-winkels was nieuw.
Het is zeker de moeite waard om zulke initiatieven
te overwegen. Wel zou ik graag zien dat de winkels
zich niet beperkten tot boeken schuiven. De
kleine kernen in onze gemeente hebben allemaal
een zelfstandige bibliotheekvestiging, waarvan
die in Zegveld volledig door vrijwilligers wordt
gerund. Niet ideaal, maar te verkiezen boven
een bibliobus die een uur per week komt."