ROC’s starten mentoringproject
voor zorgleerlingen
Vijf Gelderse Regionale Opleidingen
Centra (ROC’s) starten dit najaar met een mentoringproject
voor zorgleerlingen. Doel is de schooluitval terug te dringen.
“Dat doel”, zegt Henry Soyer, senior beleidsmedewerker
onderwijs van het ROC Rijn IJssel, “willen we bereiken door
het aanbieden van rolmodellen: succesvolle mensen waarmee
onze leerlingen zich kunnen identificeren, bijvoorbeeld
doordat ze tot dezelfde etnische groep behoren.” Het project
richt zich specifiek op zorgleerlingen. Dat kunnen zowel
autochtone als allochtone leerlingen zijn die thuis weinig
ondersteuning krijgen. De exacte samenstelling van de doelgroep
kan per ROC verschillen.
Het mentoringproject is een samenwerkingsverband
van vijf Gelderse ROC’s: ROC Rijn IJssel, ROC Nijmegen,
Aventus Apeldoorn, Rivor Tiel en het Edese A12 College.
Subsidie komt van de provincie Gelderland en de Start Foundation.
Dat fonds is gelieerd aan Start uitzendbureau en wil de
positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt versterken.
Ook Osmose levert een bijdrage, onder meer door het opstellen
van een trainingsprogramma voor de mentoren en het ontwikkelen
van een evaluatie-instrument om de resultaten te meten.
De mentoren hebben idealiter het beroep
waarvoor de leerling studeert en zullen fungeren als steuntje
in de rug. Soyer. “Ze verzorgen dus geen huiswerkbegeleiding,
maar fungeren als rolmodel en coach en kunnen bijvoorbeeld
adviseren over huisvesting of het omgaan met conflicten.”
Een belangrijke rol is verder weggelegd voor de zogenaamde
ambassadeurs. Mensen op sleutelposities zal gevraagd worden
het project te promoten en in hun netwerk te zoeken naar
geschikte mentoren. Tweede-Kamerlid mevrouw Miltenburg (VVD)
heeft haar medewerking inmiddels toegezegd.
Docent/begeleider Nienke Schut startte
twee jaar geleden bij de sector Economie en Uiterlijke Verzorging
van het ROC Rijn IJssel een mentoringproject voor Antillianen.
“Zij kampten regelmatig met eenzaamheid en heimwee waardoor
ze voortijdig de school verlieten.” Het moeilijkst was volgens
Schut de koppeling van mentor en leerling. “De ene leerling
zocht een moederfiguur die hem door de Nederlandse maatschappij
kon gidsen. Een ander wilde beslist geen Antilliaan terwijl
dat wel de insteek was.” De resultaten van het project waren
volgens Schut moeilijk te meten, onder andere door praktische
problemen, zoals een mentor die verhuisde of een leerling
die naar een ander schooltype overstapte. “Maar ik denk
dat we door de mentoring een aantal jongeren binnenboord
hebben kunnen houden."
Belangrijk verschil met het project dat
dit najaar van start gaat, is dat nu specifiek gezocht wordt
naar mentoren uit het bedrijfsleven. De ROC’s gaan in hun
eigen netwerk en via de Kamer van Koophandel op zoek naar
bedrijven die willen meewerken. Soyer verwacht voldoende
animo. “Zo’n project geeft invulling aan het begrip ‘maatschappelijk
ondernemen’. Een bedrijf als Shell Nederland biedt haar
medewerkers de kans om in de tijd van de baas vrijwilligerswerk
te verrichten.” Schut weet uit ervaring hoe belangrijk de
rol van mentoren is. “Ze moeten goed kunnen luisteren, zich
kunnen verplaatsen in de leerlingen en over coachingsvaardigheden
beschikken. Het hele project staat of valt met het vinden
van de juiste mentoren.”