PBCU
kritisch over voorkeursmodel bibliotheekwerk
De
Stuurgroep Modernisering Utrechts Bibliotheekwerk heeft
in februari een voorkeursmodel gepresenteerd. De PBCU reageert
bij monde van Chris Wiersma en Frank Dales kritisch op het
voorstel voor de nieuwe vormgeving van het bibliotheekwerk.
De
stuurgroep gaat uit van een netwerk van acht basisbibliotheken.
De onderlinge samenwerking zal zich vooral richten op de
gezamenlijke uitvoering van back-officetaken. De stuurgroep
stelt onder andere voor een nieuwe organisatie in het leven
te roepen: de Samenwerkende Utrechtse Bibliotheken (SUB).
Deze organisatie zal geld van de provincie krijgen en raamcontracten
afsluiten met leveranciers over collectief uit te voeren
back-officetaken.
De
zogeheten stelseltaken, back-officetaken die faciliterend
zijn voor de bedrijfsvoering van de regionale bibliotheken,
komen in handen van een vaste leverancier. Het gaat daarbij
om taken als ICT-technische infrastructuur en bibliotheeksystemen,
transport, en het faciliteren van de productontwikkeling.
De stuurgroep stelt voor dat de Serviceorganisatie die uit
de huidige PBCU zal ontstaan, de vaste leverancier wordt.
Het voorstel van de stuurgroep is inmiddels voorgelegd aan
de bibliotheken, gemeenten en de PBCU. Zij kunnen tot 1
mei reageren waarna de stuurgroep een definitief model zal
voorleggen aan de provincie.
Chris
Wiersma, directeur van de PBCU, kan zich vinden in de hoofdlijnen
van het model, al mist dat volgens hem concrete doelstellingen
en een heldere visie. "Waar willen we heen met het
Utrechtse bibliotheekwerk? Dat staat niet in het model.
Dan kun je ook niet beoordelen welke middelen je moet inzetten."
Daarnaast mist Wiersma aandacht voor de noodzaak van gezamenlijke
inspanningen. "Na een aantal moeilijke jaren heeft
het Utrechts bibliotheekwerk te kampen met een relatieve
achterstand. Daarom is er een flinke, vooral collectieve
inspanning en een sterke Serviceorganisatie nodig."
Sterk
afgeperkt
Volgens
Frank Dales, voorzitter van de Raad van Toezicht van de
PBCU en tevens burgemeester van Breukelen, is het model
vooral de neerslag van een structuurdiscussie. "Je
moet echter eerst je doelstellingen helder hebben en op
basis daarvan een structuur ontwerpen. Het lijkt alsof de
stuurgroep de omgekeerde weg bewandelt." Verder mist
Dales de samenhang met de provinciale Cultuurnota, waar
het model straks onderdeel van wordt. De integratie met
de Cultuurnota moet volgens hem consequenties hebben voor
de positie en inrichting van de Serviceorganisatie. "Je
moet bijvoorbeeld proberen partners verbanden te laten aangaan,
zodat je synergie krijgt. Het bibliotheekwerk mag geen toko
op zich worden."
Dales
constateert dat er bij de opzet van de nieuwe Serviceorganisatie
"al bij voorbaat hekken zijn geplaatst", die hij
het liefst meteen zou afbreken. "De taken van de nieuwe
organisatie zijn sterk afgeperkt. Wij vinden dat het takenpakket
dat de stuurgroep voorstelt, een minimumpakket moet zijn."
De Serviceorganisatie moet volgens hem meer ruimte krijgen
voor inhoudelijke en ontwikkelingstaken. "Dat is niet
alleen in het belang van de organisatie, maar vooral in
het belang van het veld. Het is niet goed als iedere bibliotheek
zelf het wiel moet uitvinden."
Administratiekantoor
De
PBCU zeult volgens Dales nog steeds de last van het verleden
mee. De afgelopen jaren was de organisatie op sterven na
dood. "We moeten de hand in eigen boezem steken, net
als een aantal partners overigens. We hebben grote moeite
gehad om een goede dienstverlening te bieden. Maar dankzij
de betrokkenheid van de medewerkers en forse investeringen,
gaat de kwaliteit met sprongen omhoog. De waardering van
het veld en de provincie groeit. We worden elke dag beter,
maar het kost tijd."
Op
basis van de ervaringen uit het verleden kan Wiersma zich
voorstellen dat basisbibliotheken taken als productontwikkeling
naar zich toe willen trekken. "Ik verwacht echter dat
de meeste bibliotheken niet in staat zijn zulke taken zelf
te verrichten. De stedelijke bibliotheek Utrecht is waarschijnlijk
de enige die hiervoor voldoende schaal heeft." Ook
Dales voorziet problemen. "Als basisbibliotheken zulke
taken op zich nemen, zal de Serviceorganisatie zich moeten
beperken tot uitvoerende taken en langzaam wegkwijnen. Tegen
de tijd dat de basisbibliotheken beseffen dat ze voor productontwikkeling
toch een Serviceorganisatie nodig hebben, zal die nauwelijks
méér zijn dan een administratiekantoor. Veel
kennis is dan verloren gegaan en wil je de patiënt
nog reanimeren, dan leidt dat tot hoge kosten en veel frustratie.
Ik ben ervan overtuigd dat de basisbibliotheken hun takenpakket
onnodig en misschien zelfs onverantwoord verzwaren als ze
zich ook met productontwikkeling gaan bezighouden."
Volgens
Wiersma is het essentieel dat de nieuwe Serviceorganisatie
niet alleen uitvoerder wordt, maar ook initiatiefnemer.
"We willen pro-actief en klantgericht werken. Dat laatste
betekent niet dat je klakkeloos biedt wat je klanten vragen,
maar dat je met hen meedenkt over de beste oplossing. Die
vorm van partnership is voor ons essentieel."
Goodwill
Wiersma
en Dales maken zich bovendien zorgen over de financiële
basis van de nieuwe Serviceorganisatie. Veel andere PBC's
kunnen een deel van hun overhead afwentelen op de provincie.
Wiersma: "Dat zal in Utrecht waarschijnlijk niet het
geval zijn zodat we vanaf het begin een concurrentieachterstand
hebben." Daarom moet de Serviceorganisatie volgens
Dales de rol van preferred supplier krijgen. "Het risico
bestaat dat de Utrechtse bibliotheken hun producten buiten
de provincie gaan halen omdat die daar goedkoper zijn. Als
de Utrechtse Serviceorganisatie daardoor verdwijnt, verdwijnt
ook de concurrentie en kunnen die andere leveranciers vragen
wat ze willen."
Als
de stuurgroep de kritiek van de PBCU niet ter harte neemt,
zal de Serviceorganisatie in het uiterste geval ontmanteld
worden, zegt Wiersma. "Zover zijn we echter niet. Ons
uitgangspunt is dat de Serviceorganisatie nodig is. Over
de precieze invulling ervan kunnen we praten." Dales
is in elk geval "blij dat de provincie en het veld
bereid zijn met andere ogen naar de PBCU te kijken. Het
getuigt van inzicht en lef om te zeggen: 'De slechte periode
ligt achter ons. De PBC zit in een veranderingstraject en
boekt goede resultaten.' Dat geeft me het vertrouwen dat
we voldoende goodwill hebben om een nieuwe start te mogen
maken." Wiersma: "Ook de gedeputeerde heeft duidelijk
gemaakt dat hij het bibliotheekwerk belangrijk vindt en
erin wil investeren. Dat is een veel betere uitgangspositie
dan een aantal jaren geleden. Dus dit is het moment om een
impuls te geven aan de kwaliteit en het rendement van het
Utrechts bibliotheekwerk. En daaraan leveren wij graag een
bijdrage."