Osmose-college
over criminele allochtone jongeren
"Samenleving
in spagaat tussen vrijheidsbeleving en bescherming"
De
media berichten dagelijks over jonge allochtone criminelen.
Waar komt het probleem vandaan en wat kunnen we eraan doen?
Deskundigen en belangstellenden debatteerden voor een goed
gevulde zaal tijdens het eerste college uit de tweede reeks,
die Osmose samen met Lux organiseert.
In
Nijmegen valt de criminaliteit van allochtone jongeren mee,
zei Bert Poelert, korpschef van de regio Gelderland-Zuid.
Van de Antilliaanse gemeenschap, die in Nijmegen 2.000 leden
telt, is ongeveer tien procent crimineel. Het gaat daarbij
vooral om geweldpleging en handel in verdovende middelen.
Poelert benadrukte het onderscheid tussen criminaliteit
en overlast. "De politie kan de criminaliteit reduceren,
maar als tien Antillianen bij elkaar staan ervaren veel
burgers toch overlast." Overigens heeft de politie
volgens Poelert te lang gedacht dat een goed gesprek criminelen
op het rechte pad zou brengen. "Sinds een paar jaar
zijn we bezig weer de baas op straat te worden. Agenten
bespugen mag bijvoorbeeld niet meer zomaar. In mijn opleiding
leerde ik nog dat je zoiets moet incasseren."
Hans
Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut ging
daarna in op the colour of crime. Volgens hem kenmerkt
de samenleving zich door een veiligheidsutopie: een spagaat
tussen de behoefte aan maximale vrijheidsbeleving en de
roep om maximale bescherming tegen uitwassen. Er is een
zekere normloosheid, maar ook verontwaardiging over de normloosheid
van anderen. Die twee ontwikkelingen leggen een enorme druk
op de overheid. "Het volk schreeuwt als het ware om
disciplinering van de buurman."
Boutellier
schetste hoe in het jaar 2000 26 op de duizend autochtone
Nederlanders werden verdacht van misdrijven. Onder Turken
was dat 33, onder Marokkanen 93 en onder Antillianen 121.
Antillianen raken dus relatief het meest verzeild in de
criminaliteit. Overigens is het aantal autochtone verdachten
in absolute zin veel hoger dan het aantal allochtone: circa
51.000 tegenover 16.000. In justitiële jeugdinrichtingen
zijn allochtonen echter ook absoluut in de meerderheid.
In 2000 stonden tegenover 930 strafrechtelijk geplaatste
autochtone jongeren 1960 allochtonen.
Sprankje
hoop
Een
identiteit ontwikkelen is voor allochtone jongeren lastig
in een cultuur als de onze. Waar je alles kunt worden, is
het moeilijk iets te kiezen. Bovendien krijgen allochtone
jongeren thuis vaak een strenge opvoeding, terwijl de omgeving
veel vrijheid geeft. "Veel allochtone gezinnen ontbreekt
het aan cultureel kapitaal om binnen deze cultuur hun kinderen
groot te brengen." Dat leidt tot onder- of over-identificatie
met (delen van) de eigen cultuur. De veiligheidsutopie zorgt
volgens Boutellier voor een zondebokeffect, waarbij tegenwoordig
vooral Marokkanen het moeten ontgelden. Zo’n mechanisme
ontstaat overigens niet uit het niets. Er ligt een reëel
probleem aan ten grondslag.
Boutellier
suggereerde drie maatregelen: explicitering van verwachtingen,
stringente begeleiding en activering van de etnische gemeenschap.
Ten eerste moeten de samenleving en afzonderlijke instituties
hun normen en verwachtingen expliciteren en handhaven, bijvoorbeeld
via gedragscodes. Daarnaast moeten instanties er bij de
aanpak van allochtone criminelen een schepje bovenop doen.
"Populair gezegd: spring ze op hun nek en laat ze pas
los als ze op de rails lopen." Een derde maatregel
is het activeren van etnische gemeenschappen, zoals gebeurt
bij de Marokkaanse buurtvaders. "Een fantastisch project.
Dat zijn mensen die zich schamen voor wat jongens uit hun
eigen gemeenschap, vaak niet eens hun eigen zonen, aanrichten."
Tot slot keerde Boutellier terug naar de veiligheidsutopie.
"In het begrip ‘utopie’ zit het gevaar van het najagen
van een illusie. Maar er schuilt ook een sprankje hoop voor
de toekomst in."
Straatfeest
"Voor
mij betekent identiteitsvorming dat ik mijn Marokkaanse
identiteit door en door wil kennen", zei een vrouw
vanuit de zaal, "maar ook dat ik wil investeren in
de Nederlandse normen en waarden zodat ik me kan redden
in deze maatschappij." Ze werkt in het onderwijs en
bepleit gerichtere straffen voor bijvoorbeeld spijbelende
scholieren. "In plaats van hen te schorsen, kunnen
we beter de huisregels van de school uitleggen."
Aanhakend
bij Boutelliers begrip ‘activering’ pleitte een vrouw voor
een kleinschalige, wijkgerichte aanpak om zo de allochtone
bevolking te emanciperen. "Dat idee spreekt me erg
aan", reageerde korpschef Poelert, die uitlegde hoe
hij in Nijmegen de 250 beschikbare "mensen in blauw"
verdeelt over negen teams in verschillende wijken. "Mijn
collega’s verklaren me voor gek dat ik het zo fijnmazig
organiseer, maar ik geloof in het microniveau." Volgens
hem is criminaliteitsbestrijding geen kwestie van meer blauw
op straat, maar van sociale cohesie. "Zorg voor nieuwe
structuren en nieuwe perspectieven. Organiseer bijvoorbeeld
een straatfeest."
Ook
Boutellier kon zich vinden in de wijkgerichte aanpak, "maar
raak niet te snel verzeild in welzijnswerktermen".
Sommige criminelen zijn volgens hem zo slecht bezig dat
ze hard moeten worden aangepakt. Volgens een toeschouwer
moet de politie niet alleen jongeren oppakken, maar ook
de leefbaarheid bevorderen. Poelert deelde die mening, maar
zet zijn mensen toch steeds meer in op criminaliteitsbestrijding.
"Boeven vangen is onze kerntaak, daar worden we op
afgerekend."
Signalen
Poelert
zei verder zich zorgen te maken over het grote aantal eenoudergezinnen,
waarvan de moeder meestal blij is als haar zonen de straat
op gaan. Volgens hem moet de overheid ouders veel dwingender
begeleiden als kinderen op het verkeerde pad dreigen te
raken. Ouders die de controle over hun kinderen kwijt zijn,
moeten actieve ondersteuning en begeleiding krijgen.
Aanwezigen
van de jeugdzorg vroegen hoe ze allochtonen in een eerder
stadium kunnen helpen. Tegelijkertijd zeiden anderen dat
witte instituties signalen uit allochtone gemeenschappen
nauwelijks oppikken. Boutellier vond dat instanties niet
te veel energie moeten steken in het ‘kleuren’ van hun personeelsbestand.
"Beter is het om via intermediairs contact te leggen
met allochtone gemeenschappen. Zodra dat contact er is,
komen de allochtonen vanzelf in dienst."
Gevraagd
naar de lessen die de sprekers hadden overgehouden aan de
avond, vond Boutellier "dat we het klein en concreet
moeten houden. De wijkaanpak vind ik erg goed." Poelert
was optimistisch. "Ik geloof dat Marokkanen het straks
net zo goed doen als Turken. Daarnaast ben ik gecharmeerd
van Boutelliers maatregelen. Daarvan moet de activering
van etnische gemeenschappen voorop staan."
---
Afifa
Ajjouri, verzekeringsadviseur
"Nieuw
voor mij waren de grote verschillen tussen de criminaliteitscijfers
van allochtonen en autochtonen. Hoewel de sprekers er niet
expliciet op in wilden gaan, vind ik de rol van de media
erg groot. In kranten als Metro of Spits zie ik dat delicten
van allochtonen vaak worden uitvergroot. We moeten echter
niet hele bevolkingsgroepen over één kam scheren.
Ik beschouw mezelf als geïntegreerd maar merk dat het
door de negatieve beeldvorming een stuk moeilijker is om
aan een baan te komen. Zodra mensen tijdens sollicitatiegesprekken
horen dat je een Marokkaanse achtergrond hebt, zie je ze
denken: nemen we die wel of niet?"
Micheline
Seferina, maatschappelijk werkster
"Zowel
het verhaal van Boutellier als dat van Poelert vond ik verhelderend
en to the point. Het benoemen van de problemen is
een voorwaarde om ze te kunnen aanpakken. Ik heb veel nieuwe
informatie gehoord, bijvoorbeeld over de identiteitsproblematiek
van allochtonen. Maar ik was het niet eens met de mening
dat instellingen minder energie moeten steken in interculturalisatie.
Voor mij is het heel belangrijk als er allochtonen bij bijvoorbeeld
een welzijnsorganisatie werken. Het zorgt voor herkenning.
Juist mensen met identiteitsproblemen zullen door die herkenning
eerder hulp zoeken bij zo’n organisatie."