Archief 2003

Osmose-college over criminele allochtone jongeren

"Samenleving in spagaat tussen vrijheidsbeleving en bescherming"

De media berichten dagelijks over jonge allochtone criminelen. Waar komt het probleem vandaan en wat kunnen we eraan doen? Deskundigen en belangstellenden debatteerden voor een goed gevulde zaal tijdens het eerste college uit de tweede reeks, die Osmose samen met Lux organiseert.

In Nijmegen valt de criminaliteit van allochtone jongeren mee, zei Bert Poelert, korpschef van de regio Gelderland-Zuid. Van de Antilliaanse gemeenschap, die in Nijmegen 2.000 leden telt, is ongeveer tien procent crimineel. Het gaat daarbij vooral om geweldpleging en handel in verdovende middelen. Poelert benadrukte het onderscheid tussen criminaliteit en overlast. "De politie kan de criminaliteit reduceren, maar als tien Antillianen bij elkaar staan ervaren veel burgers toch overlast." Overigens heeft de politie volgens Poelert te lang gedacht dat een goed gesprek criminelen op het rechte pad zou brengen. "Sinds een paar jaar zijn we bezig weer de baas op straat te worden. Agenten bespugen mag bijvoorbeeld niet meer zomaar. In mijn opleiding leerde ik nog dat je zoiets moet incasseren."

Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut ging daarna in op the colour of crime. Volgens hem kenmerkt de samenleving zich door een veiligheidsutopie: een spagaat tussen de behoefte aan maximale vrijheidsbeleving en de roep om maximale bescherming tegen uitwassen. Er is een zekere normloosheid, maar ook verontwaardiging over de normloosheid van anderen. Die twee ontwikkelingen leggen een enorme druk op de overheid. "Het volk schreeuwt als het ware om disciplinering van de buurman."

Boutellier schetste hoe in het jaar 2000 26 op de duizend autochtone Nederlanders werden verdacht van misdrijven. Onder Turken was dat 33, onder Marokkanen 93 en onder Antillianen 121. Antillianen raken dus relatief het meest verzeild in de criminaliteit. Overigens is het aantal autochtone verdachten in absolute zin veel hoger dan het aantal allochtone: circa 51.000 tegenover 16.000. In justitiële jeugdinrichtingen zijn allochtonen echter ook absoluut in de meerderheid. In 2000 stonden tegenover 930 strafrechtelijk geplaatste autochtone jongeren 1960 allochtonen.

Sprankje hoop

Een identiteit ontwikkelen is voor allochtone jongeren lastig in een cultuur als de onze. Waar je alles kunt worden, is het moeilijk iets te kiezen. Bovendien krijgen allochtone jongeren thuis vaak een strenge opvoeding, terwijl de omgeving veel vrijheid geeft. "Veel allochtone gezinnen ontbreekt het aan cultureel kapitaal om binnen deze cultuur hun kinderen groot te brengen." Dat leidt tot onder- of over-identificatie met (delen van) de eigen cultuur. De veiligheidsutopie zorgt volgens Boutellier voor een zondebokeffect, waarbij tegenwoordig vooral Marokkanen het moeten ontgelden. Zo’n mechanisme ontstaat overigens niet uit het niets. Er ligt een reëel probleem aan ten grondslag.

Boutellier suggereerde drie maatregelen: explicitering van verwachtingen, stringente begeleiding en activering van de etnische gemeenschap. Ten eerste moeten de samenleving en afzonderlijke instituties hun normen en verwachtingen expliciteren en handhaven, bijvoorbeeld via gedragscodes. Daarnaast moeten instanties er bij de aanpak van allochtone criminelen een schepje bovenop doen. "Populair gezegd: spring ze op hun nek en laat ze pas los als ze op de rails lopen." Een derde maatregel is het activeren van etnische gemeenschappen, zoals gebeurt bij de Marokkaanse buurtvaders. "Een fantastisch project. Dat zijn mensen die zich schamen voor wat jongens uit hun eigen gemeenschap, vaak niet eens hun eigen zonen, aanrichten." Tot slot keerde Boutellier terug naar de veiligheidsutopie. "In het begrip ‘utopie’ zit het gevaar van het najagen van een illusie. Maar er schuilt ook een sprankje hoop voor de toekomst in."

Straatfeest

"Voor mij betekent identiteitsvorming dat ik mijn Marokkaanse identiteit door en door wil kennen", zei een vrouw vanuit de zaal, "maar ook dat ik wil investeren in de Nederlandse normen en waarden zodat ik me kan redden in deze maatschappij." Ze werkt in het onderwijs en bepleit gerichtere straffen voor bijvoorbeeld spijbelende scholieren. "In plaats van hen te schorsen, kunnen we beter de huisregels van de school uitleggen."

Aanhakend bij Boutelliers begrip ‘activering’ pleitte een vrouw voor een kleinschalige, wijkgerichte aanpak om zo de allochtone bevolking te emanciperen. "Dat idee spreekt me erg aan", reageerde korpschef Poelert, die uitlegde hoe hij in Nijmegen de 250 beschikbare "mensen in blauw" verdeelt over negen teams in verschillende wijken. "Mijn collega’s verklaren me voor gek dat ik het zo fijnmazig organiseer, maar ik geloof in het microniveau." Volgens hem is criminaliteitsbestrijding geen kwestie van meer blauw op straat, maar van sociale cohesie. "Zorg voor nieuwe structuren en nieuwe perspectieven. Organiseer bijvoorbeeld een straatfeest."

Ook Boutellier kon zich vinden in de wijkgerichte aanpak, "maar raak niet te snel verzeild in welzijnswerktermen". Sommige criminelen zijn volgens hem zo slecht bezig dat ze hard moeten worden aangepakt. Volgens een toeschouwer moet de politie niet alleen jongeren oppakken, maar ook de leefbaarheid bevorderen. Poelert deelde die mening, maar zet zijn mensen toch steeds meer in op criminaliteitsbestrijding. "Boeven vangen is onze kerntaak, daar worden we op afgerekend."

Signalen

Poelert zei verder zich zorgen te maken over het grote aantal eenoudergezinnen, waarvan de moeder meestal blij is als haar zonen de straat op gaan. Volgens hem moet de overheid ouders veel dwingender begeleiden als kinderen op het verkeerde pad dreigen te raken. Ouders die de controle over hun kinderen kwijt zijn, moeten actieve ondersteuning en begeleiding krijgen.

Aanwezigen van de jeugdzorg vroegen hoe ze allochtonen in een eerder stadium kunnen helpen. Tegelijkertijd zeiden anderen dat witte instituties signalen uit allochtone gemeenschappen nauwelijks oppikken. Boutellier vond dat instanties niet te veel energie moeten steken in het ‘kleuren’ van hun personeelsbestand. "Beter is het om via intermediairs contact te leggen met allochtone gemeenschappen. Zodra dat contact er is, komen de allochtonen vanzelf in dienst."

Gevraagd naar de lessen die de sprekers hadden overgehouden aan de avond, vond Boutellier "dat we het klein en concreet moeten houden. De wijkaanpak vind ik erg goed." Poelert was optimistisch. "Ik geloof dat Marokkanen het straks net zo goed doen als Turken. Daarnaast ben ik gecharmeerd van Boutelliers maatregelen. Daarvan moet de activering van etnische gemeenschappen voorop staan."

---

Afifa Ajjouri, verzekeringsadviseur

"Nieuw voor mij waren de grote verschillen tussen de criminaliteitscijfers van allochtonen en autochtonen. Hoewel de sprekers er niet expliciet op in wilden gaan, vind ik de rol van de media erg groot. In kranten als Metro of Spits zie ik dat delicten van allochtonen vaak worden uitvergroot. We moeten echter niet hele bevolkingsgroepen over één kam scheren. Ik beschouw mezelf als geïntegreerd maar merk dat het door de negatieve beeldvorming een stuk moeilijker is om aan een baan te komen. Zodra mensen tijdens sollicitatiegesprekken horen dat je een Marokkaanse achtergrond hebt, zie je ze denken: nemen we die wel of niet?"

Micheline Seferina, maatschappelijk werkster

"Zowel het verhaal van Boutellier als dat van Poelert vond ik verhelderend en to the point. Het benoemen van de problemen is een voorwaarde om ze te kunnen aanpakken. Ik heb veel nieuwe informatie gehoord, bijvoorbeeld over de identiteitsproblematiek van allochtonen. Maar ik was het niet eens met de mening dat instellingen minder energie moeten steken in interculturalisatie. Voor mij is het heel belangrijk als er allochtonen bij bijvoorbeeld een welzijnsorganisatie werken. Het zorgt voor herkenning. Juist mensen met identiteitsproblemen zullen door die herkenning eerder hulp zoeken bij zo’n organisatie."

Terug naar het archief 2003


 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © Tekstlink - 024-344 6760 - info@tekstlink.com