TBI
werkt via ICT-projecten aan organisatieverandering
Van
een bibliotheek met twee loketten tot een digitaal instituut.
Dat is in het kort de ontwikkeling die het Titus Brandsma
Instituut (TBI) de afgelopen decennia heeft doorgemaakt.
Vorig jaar startte het instituut met een web community en
digitale onderwijsmodules op het gebied van de spiritualiteit. Het UCI verzorgde de technische
infrastructuur.
Het
TBI is opgericht in de jaren zestig en wijdt zich aan de
bestudering van spiritualiteit en mystiek. Hoewel zelfstandig
werkt het instituut zeer nauw samen met Theologie en Letteren.
In Nederland is het TBI de enige plek waar studenten een
volledige master spiritualiteit kunnen halen. “Toen ik in
2000 werkte aan een handboek spiritualiteit werd me duidelijk
dat er dringend behoefte is aan een goed opgezet, wereldwijd
forum voor spiritualiteit”, zegt Kees Waaijman, wetenschappelijk
directeur van het TBI. Zijn idee leidde tot de vorming van
de internationale web community Spirituality International,
kortweg SPIRIN. Deze community brengt onderzoekers, studenten
en mensen uit het veld en het onderwijs samen via internet.
SPIRIN omvat zes secties: Who's who, Bibliography, Forum, Education, Bulletin
Board, en Encyclopedia.
Met
speciaal ontwikkelde descriptoren speurt een medewerker
van het TBI het internet af. Hij analyseert welke auteurs
zich met welke thema’s bezighouden. De belangrijkste auteurs
komen in de Who’s Who te staan, inclusief hun specialisatie
en belangrijkste publicaties. De voornaamste probleemvelden
worden beschreven in de encyclopedie. Waaijman: “Daarin
staat dus niet wat al bekend is, zoals in een gewone encyclopedie,
maar wat we nog níet weten. Daardoor hopen we jonge wetenschappers
te prikkelen een bijdrage te leveren. Wetenschappers worden
persoonlijk benaderd om mee te praten in het
Forum en daar virtuele congressen rond bepaalde thema’s
te organiseren.”.
Autootje
Onlosmakelijk
verbonden met SPIRIN is SPINE, dat staat voor Spirituality
Network for Education. Dit project richt zich vooral op
internationale samenwerking en stelt studenten in staat
op afstand spiritualiteitsonderwijs te volgen. SPINE is
gestart met subsidie van SURF Educatie<F> en is een
samenwerkingsverband waarin het TBI en de theologische faculteit
van de Radboud Universiteit samenwerken met universiteiten
in Zuid-Afrika, Duitsland, Ierland en de Filippijnen. De bedoeling is dat studenten
die via SPINE worden opgeleid “full member” worden van SPIRIN
en bijvoorbeeld ook gaan meediscussiëren over actuele onderwerpen.
“De
afgelopen twee jaar hebben we voor SPINE zeven kernmodules
ontwikkeld”, zegt Waaijman. “Inmiddels hebben we uit verschillende
fondsen een garantiesubsidie gekregen voor tien jaar, waardoor
we het ontwikkelde model kunnen implementeren. Daarnaast
hopen we dat ook andere universiteiten modules gaan ontwikkelen,
bijvoorbeeld rond thema’s als massamedia en spiritualiteit,
gezondheidszorg en spiritualiteit, en onderwijs en spiritualiteit.
Ik zie het zo: we hebben een autootje gebouwd. Nu moeten
we voldoende chauffeurs en monteurs vinden om het autootje rijdende te houden.”
Zinvolle
community
SPIRIN
kreeg pas gaandeweg zijn huidige vorm. Voor het UCI, dat
verantwoordelijk was voor de technische infrastructuur,
was dat soms lastig, zegt projectleider Ger Groothuijsen.
“Door voortschrijdend inzicht moest de applicatie regelmatig
worden aangepast waardoor enige vertraging ontstond. Doordat
het SPINE-project een aantal onderdelen van de SPIRIN-website
nodig had, dreigde ook SPINE vertraging op te lopen. Dat
project moest, onder andere vanwege de SURF-subsidie, binnen
de afgesproken deadline worden opgeleverd. Gelukkig zijn
beide projecten inmiddels succesvol afgerond en heeft SURF
een positieve review gegeven.”
Groothuijsen
kijkt daarom tevreden terug op het project. “Naast het bouwen
van de website heeft het UCI ook meegedacht over inrichting
en beheer van de site. We stuitten bijvoorbeeld op vragen
als: wie mag een discussie beginnen? Hoe wordt die afgesloten
en door wie? En hoe moet de organisatie veranderen?”
Die
laatste vraag is volgens Waaijman essentieel voor het project.
“We wilden geen product ontwikkelen dat vervolgens in de
boekenkast belandt. Het is geen enkel probleem om de 80.000
titels van onze bibliotheek in de bibliografie te gooien.
Maar we wilden de belangrijkste probleemvelden definiëren
en auteurs aansporen om mee te discussiëren zodat een zinvolle
community zou ontstaan die kritisch nadenkt over het vak.
Daarnaast wilden we het TBI veranderen tot een digitaal
instituut, waar elke medewerker verantwoordelijk is voor
het bijhouden van de belangrijkste studievelden en het volgen
van de discussies.”
Besturingssysteem
Volgens
Waaijman zou de aanpak van het TBI ook bij andere eenheden
vruchten kunnen afwerpen. “Ik denk echter wel dat er bepaalde
voorwaarden zijn. Zo moet hun studieobject een internationaal
karakter hebben en moet de eenheid geïnteresseerd zijn in
de visies van een internationaal gezelschap. Daarnaast
moet de ambitie zijn dat studenten niet uitsluitend vaardigheden
leren voor de praktijk, maar ook voor het contact met wetenschappelijke
collega’s.”
Tien
jaar geleden was het TBI vooral een bibliotheek met twee loketten en daarachter medewerkers. Waaijman hoopt dat het instituut
over tien jaar een vanzelfsprekende positie bekleedt en
iedereen die serieus bezig is met spiritualiteitsstudie
kan faciliteren. “Zodat mensen uit allerlei landen communiceren
en ook onderwerpen als inheemse spiritualiteit en randgebieden
van de spiritualiteit tot hun recht komen.” Het fysieke
instituut zal volgens Waaijman niet verdwijnen, maar functioneren
“als een soort besturingssysteem van allerlei deelprogramma’s
die internationaal werken, maar altijd lokaal gefundeerd
zijn. Een beetje zoals het UCI, alleen faciliteren wij niet
de techniek, maar de inhoud.”