|
Behoeftes veranderen, heeft de
bibliotheek nog bestaansrecht?
Op 22 november organiseerden de Samenwerkende Utrechtse
Bibliotheken (SUB) een vernieuwingsconferentie over de toekomst
van de bibliotheek. Doel was om een gezamenlijke bijdrage te leveren
aan het opstellen van de provinciale Vernieuwingsagenda. Bij het
invullen van deze agenda stonden de vijf kernfuncties uit de landelijke
Richtlijn voor Basisbibliotheken centraal. Deze richtlijn is samengesteld
door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het
Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
en de Vereniging van Openbare Bibliotheken.
Volgens de richtlijn heeft de bibliotheek van de
toekomst vijf kernfuncties: warenhuis van kennis en informatie;
centrum voor ontwikkeling en educatie; encyclopedie van kunst en
cultuur; inspiratiebron van lezen en literatuur; en podium voor
ontmoeting en debat. Op de volgende pagina’s komen deskundigen aan
het woord over één of meer van deze kernfuncties. Daarbij staat
telkens de vraag centraal: hoe ziet de toekomst van de bibliotheek
eruit?
Cedric Stalpers, promovendus Universiteit Utrecht
“Leesplezier blijft belangrijkste drijfveer
voor bibliotheeklidmaatschap”
“Er is wel degelijk sprake van ontlezing, maar
ik zou er geen indianenverhaal van maken”, zegt Cedric Stalpers.
Hij promoveerde in oktober aan de Universiteit van Utrecht op een
onderzoek naar de vraag wie waarom afhaakt als bibliotheeklid. Stalpers
zet vraagtekens bij het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau
(SCP) dat een halvering in het lezen gedurende de afgelopen kwart
eeuw constateert. “Van de huidige generatie tieners is 44 procent
boekliefhebber, 28 procent boektwijfelaar en nog eens 28 procent
boekmijder. Ongeveer 90 procent van alle schoolgaande tieners heeft
een bibliotheekpas. Zo slecht gaat het dus niet. Wel moeten bibliotheken
continu aan hun toekomst werken en het nooit vanzelfsprekend vinden
dat ook de volgende generatie naar de bibliotheek komt.”
Stalpers vond in zijn onderzoek dat de volgende
groepen afhaken als bibliotheeklid: mensen die nauwelijks fictie
lezen, tieners en een combinatie van beiden. Bij de vraag waarom
sommige tieners veel fictie lezen en andere nauwelijks, blijken
drie factoren van belang. Ten eerste de opvoeding: als ouders veel
lezen, voorlezen en naar de bibliotheek gaan, heeft dat een positief
effect op de leesattitude van de kinderen. Ook leesvaardigheid speelt
een rol: wie goed is in lezen, heeft er meer plezier in en doet
het vaker. Tot slot speelt de persoonlijkheid een rol: jongeren
met een rijke fantasie en behoefte aan reflectie lezen veel fictie.
Kijkend naar de kernfunctie ‘de basisbibliotheek
als inspiratiebron van lezen en literatuur’, ziet Stalpers voldoende
ruimte voor verbetering. “Het is een goed streven om te zorgen dat
er overal in het land een basisniveau aan leesbevorderingsactiviteiten
komt en dat er geen 'witte vlekken' blijven bestaan. Voor kleuters
en basisschoolleerlingen zijn er allerlei projecten, zoals Boekenpret
en Fantasia. Het wordt een uitdaging om zulke activiteiten ook structureel
vorm te geven voor het voortgezet onderwijs.”
Daarnaast moeten bibliotheken, scholen en instellingen
voor Voor- en Vroegschoolse Educatie samenwerken om groepen te bereiken
die relatief weinig lezen, zoals allochtonen. Daarbij kan multimediaal
voorleesmateriaal worden ingezet. “Het blijkt dat een goed, educatief
prentenboek op dvd een gunstig effect kan hebben op de woordenschat
van kinderen.”
Verder zouden bibliotheken kritisch moeten kijken
naar de indeling van hun materialen. Tieners vinden het kinderachtig
als hun boeken bij de kinderboeken staan, zegt Stalpers. Maar temidden
van de volwassenenboeken zijn tienerromans voor veel jongeren onvindbaar.
“Zet zulke boeken apart. Dat is een kleine ingreep die veel resultaat
kan hebben.”
Leesplezier blijft de belangrijkste drijfveer voor
een bibliotheeklidmaatschap, verwacht Stalpers. “Wel denk ik dat
de informatieve functie van bibliotheken belangrijker gaat worden,
met name op internet. Daarnaast kan de bibliotheek een sleutelrol
spelen bij het bevorderen van de zogeheten informationele geletterdheid.
Sinds 1945 stijgt het informatieaanbod jaarlijks met tien procent.
Bibliotheken kunnen mensen leren hoe ze de weg blijven vinden in
dat enorme aanbod.”
Rob Bruijnzeels (Vereniging van Openbare Bibliotheken)
“Warenhuis-concept niet ambitieus genoeg”
“De bibliotheken van tegenwoordig zijn inderdaad
te omschrijven als warenhuizen”, zegt Rob Bruijnzeels in reactie
op de kernfunctie ‘de basisbibliotheek als warenhuis van kennis
en informatie’ uit de richtlijn voor basisbibliotheken. Volgens
het hoofd van de beleidsafdeling van de Vereniging van Openbare
Bibliotheken is het echter de vraag op welk warenhuis ze het meest
lijken. “De Bijenkorf is sjiek, de Hema hip, maar niemand weet precies
waar de V&D voor staat. Ik denk dat de meeste bibliotheken momenteel
V&D’s zijn.”
Voor de toekomst vindt Bruijnzeels de typering
van een warenhuis “niet ambitieus genoeg, te veel middle of the
road”. Een warenhuis heeft immers een redelijk uitgebreid, maar
geen compleet assortiment. Wie echt iets bijzonders zoekt, gaat
naar een speciaalzaak. “In de toekomst moeten bibliotheken zich
meer specialiseren wat betreft collectie en bijbehorende kennis.
Wie de Da Vinci Code van Dan Brown leest, moet ook alles kunnen
vinden over Leonardo Da Vinci. Als een bibliotheek dat zelf niet
heeft, moet het uit het netwerk van de bibliotheek komen.”
Een tweede reden waarom bibliotheken volgens Bruijnzeels
geen warenhuizen moeten zijn,s is dat daar een relatie bestaat tussen
een verkoper en een koper. “De bibliotheek van de toekomst moet
veel meer een marktplaats zijn die open staat voor inbreng van buitenaf.”
Als voorbeeld noemt hij het project Goudanet, waarbij bibliotheek,
museum en streekarchief samenwerken om zoveel mogelijk informatie
over lokaal erfgoed te bieden. De instellingen schakelen deskundige
burgers in om ook hun kennis te gebruiken. “De bibliotheek heeft
dan niet zozeer klanten, maar partners, en het doel is niet meer
het verkopen van kennis maar het mobiliseren daarvan.”
Daarnaast noemt Bruijnzeels het concept van een
warenhuis minder gelukkig omdat de huidige generatie jongeren een
andere taal spreekt dan de bibliotheekmedewerkers. “Jongeren beschikken
sinds de opkomst van internet en Pokemon ineens over andere ‘software’
en stellen daardoor compleet andere eisen aan de ontsluiting van
informatie. Zij browsen door informatie en zoeken al associërend
hun weg. Daar moeten bibliotheken op inspelen en het is maar te
vraag of de huidige warenhuisindeling daar bij past.” Bruijnzeels
verwijst naar het project ‘De bibliotheek van de 100 talenten’,
waarin samen met kinderen wordt gewerkt aan nieuwe bibliotheekconcepten.
“Die ideeën worden straks concreet gerealiseerd, onder meer in de
nieuwe Amsterdamse kinderbibliotheek, waar alle media rond thema’s
worden gerangschikt.”
Tot slot vindt Bruijnzeels dat de bibliotheek van
de toekomst het onderscheid tussen front en back office, zoals dat
in het richtlijndocument staat, niet rigoureus moet doorvoeren.
“Mensen met veel kennis moeten niet achter de muren van de back
office verdwijnen, maar ook front office-diensten draaien zodat
bezoekers optimaal kunnen profiteren van hun kennis. Als ik naar
de slager ga, wil ik een goed gesprek kunnen voeren over vlees.
In de bibliotheek wil ik hetzelfde, maar dan over boeken.”
Nicoline Hendriks, coördinator provinciaal netwerk
Uitpunten Noord-Brabant
“Uitpunten zijn een echte kans
voor bibliotheken”
In Brabantse bibliotheken zijn in drie jaar tijd
veertien Uitpunten totstandgekomen. Een Uitpunt is een combinatie
van een fysieke en een virtuele plek waar mensen informatie kunnen
vinden over kunst, cultuur en uitgaan in een stad of regio. Door
alle uitinformatie op één centrale plaats aan te bieden, kan een
groter en meer divers publiek worden bereikt. “De vorm van de uitpunten
verschilt per locatie”, zegt Nicoline Hendriks, coördinator van
het provinciaal netwerk Uitpunten in Noord-Brabant. “Er is altijd
een informatiezuil waarop mensen de site van het virtuele Uitpunt
kunnen raadplegen. Daarnaast hebben verschillende bibliotheken gespecialiseerde
medewerkers die informatie kunnen geven over kunst, cultuur en uitgaan.”
De Uitpunten zijn het resultaat van samenwerking
tussen verschillende partners. Naast de bibliotheken is dat bijvoorbeeld
de website UitinBrabant.nl, die zorgt voor de hosting en onderhoud
van de virtuele Uitpunten. Cubiss, de opvolger van de PBC Noord-Brabant,
is verantwoordelijk voor de inhoudelijke ondersteuning en de training
van de bibliotheekmedewerkers. Provincie en gemeenten leveren via
subsidies een belangrijke bijdrage in de kosten. Ook de VVV’s hebben
een aandeel in de Uitpunten. Hendriks: “De samenwerking met de VVV
verloopt op veel plaatsen prima, maar soms is er een spanningsveld.
Sommige VVV’s vrezen namelijk dat hun taken door het Uitpunt worden
overgenomen. Samenwerking komt echter steeds vaker aan de orde.
In Deurne wordt nu een voorstel ontwikkeld voor integratie van de
balies voor de bibliotheek, het uitpunt en toeristische informatie.
Mijn droom is dat dat vaker gaat gebeuren.”
Volgens Hendriks sluiten de Uitpunten goed aan
bij de trend van bibliotheekvernieuwing. Zo noemt de richtlijn voor
basisbibliotheken ‘encyclopedie van kunst en cultuur’ als een van
de kernfuncties. "De Uitpunten passen daar goed bij. Ik vind
ze echt een kans voor bibliotheken. In sommige plaatsen, zoals Moerdijk,
was helemaal niets op dit gebied. Een Uitpunt vult daar een hiaat
op. Bovendien verhoogt een Uitpunt de bezoekersaantallen in de bibliotheek
en kun je een ander publiek binnenhalen."
De richtlijn stelt verder dat de basisbibliotheek
alles in huis heeft ‘om uit te groeien tot het centrale punt in
het lokale en regionale netwerk van culturele organisaties’. Volgens
Hendriks kunnen de Uitpunten daar een belangrijke rol bij spelen.
“Die kunnen nog veel verder worden uitgebouwd, bijvoorbeeld door
het bieden van informatie over recreatie en erfgoed. Belangrijk
is vooral dat de Uitpunten lokale informatie blijven geven.”
Schaduwzijden zijn er Hendriks nauwelijks, zegt
Hendriks. “Er is volgens mij geen gevaar dat de bibliotheek een
doorgeefluik van de VVV wordt. De instellingen kunnen uitstekend
samenwerken. Kijk naar bijvoorbeeld Vlissingen, waar bibliotheek,
boekhandel en VVV onder één dak zitten. Ze hebben allemaal een taak
op het gebied van informatievoorziening. Het is niet meer van deze
tijd om te zeggen dat samenwerking ongepast is. Veel beter is het
om goed te kijken hoe de samenwerking het best kan worden ingepast
in de lokale situatie."
Bibliotheek als podium voor ontmoeting en debat
“Er blijft altijd behoefte aan
menselijk contact”
Samen met de vmbo Zuidwest heeft de vestiging Bouwlust
van de openbare bibliotheek in Den Haag het project Jong en oud
achter de pc georganiseerd. “In drie cycli van elk acht lessen kregen
ouderen computerles van allochtone scholieren”, zegt Lidy Münninghoff,
filiaalhoofd van Bouwlust. “We zitten hier in een aandachtswijk
met veel allochtone jongeren en autochtone ouderen, groepen die
niet goed mixen. Via dit project legden jong en oud contact en kregen
ze een ander beeld van elkaar. Ouderen zagen dat jongeren niet alleen
maar negatief bezig zijn. De jongeren, die vaak worden afgeschilderd
als probleemgevallen, kregen er meer zelfvertrouwen door. Het gebeurde
zelfs dat jongeren en ouderen na afloop van het project e-mailadressen
uitwisselden om contact te kunnen houden.”
Zulke projecten hebben toekomst, denkt Münninghoff.
Ze merkt dat mensen zoeken naar nieuwe sociale verbanden en ziet
een rol voor de bibliotheek weggelegd. “Juist in een wijk met zulke
grote verschillen, is de bibliotheek een plek waar mensen op een
ongedwongen manier contacten kunnen leggen. We proberen steeds bruggen
te slaan, bijvoorbeeld door wijkfeesten te ondersteunen en samen
met de Turkse vereniging lezingen te organiseren.”
Ook de bibliotheek in Wageningen maakt werk van
de kernfunctie ‘de basisbibliotheek als podium voor ontmoeting en
debat’, zoals die in de richtlijn voor basisbibliotheken is omschreven.
“We hebben altijd een zwaar accent gelegd op deze functie”, zegt
directeur Sjaak Driessen. “Toen enkele jaren geleden de bibliotheek
volledig werd verbouwd, hebben we bij de entree geen balie gemaakt,
maar een soort plein: een grote open ruimte die snel tot theater
is om te toveren. Driessen: “Daar is plaats voor lezingen, voorstellingen
en gemeentelijke inspraakavonden. Ook hebben we al vier keer het
slotdebat rond gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd.”
De nieuwe opzet slaat volgens Driessen erg aan
bij het publiek. “Er is een enorme toeloop ontstaan van mensen en
verenigingen die met ons willen samenwerken. Door deze functie goed
te vervullen, legitimeer je de aanwezigheid van de bibliotheek.
Er zijn nog maar zo weinig laagdrempelige plekken binnen het publieke
domein dat dit een mooie kans is voor bibliotheken. High tech kan
niet zonder high touch. Bibliotheken moeten mee met technische ontwikkelingen,
maar er zal altijd behoefte blijven aan menselijk contact.”
Münninghoff ziet de bibliotheek als een mix van
wegwijzer en opvoeder. “We zijn een neutrale instelling in een openbaar
gebouw. Maar tegelijkertijd is de bibliotheek de hoeder van ons
culturele erfgoed. We staan niet met een opgeheven vingertje, maar
laten wel zien wat Den Haag en Nederland voor moois te bieden hebben.”
Driessen: “De bibliotheek moet mensen wijzen op betrouwbare informatie
en mag ook best inhoudelijk adviseren als bezoekers daarom vragen.
De grens ligt daar waar de vrager je paternalistisch gaat vinden.”
Terug naar de recente publicaties
|