Publicaties

Forum sinds begin dit jaar open

Waterwin wil gezamenlijke identiteit ontwikkelen

Minister Van der Hoeven heeft op 21 januari het Forum Waterwin in Leidsche Rijn geopend. Het was het sluitstuk van een project dat zeven jaar heeft geduurd. Maar het einde van de bouw is tevens het begin van een nieuwe fase: die van concrete samenwerking tussen de deelnemende instellingen. “Je moet méér worden dan goede buren. Je gaat activiteiten en werkwijzen integreren en een gezamenlijke identiteit ontwikkelen. Dat kost tijd.”

Waterwin is een centrum voor cultuur, vrije tijd en educatie. Het Forum-concept is een uitwerking van de brede school: een basisschool die niet alleen onderwijs aanbiedt, maar ook een netwerk van voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn en cultuur. Waterwin omvat twee basisscholen, een sportzaal, activiteitencentrum, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, jeugdbibliotheek en atelier. De instellingen werken samen aan verschillende activiteiten en programma’s, vooral voor de jeugd tot twaalf jaar.

De eerste aanzet voor het project is in 1998 gegeven. Met de planontwikkeling van de Vinex-locatie Leidsche Rijn besloot de gemeente om voorzieningen te clusteren. Die aanpak had verschillende voordelen, zegt Guy Miellet, hoofd van de publieksafdeling West van de gemeentebibliotheek Utrecht. “Voor de bewoners is het makkelijk verschillende voorzieningen onder één dak te hebben. Daarnaast kan het financieel aantrekkelijk zijn doordat instellingen basisvoorzieningen als schoonmaak kunnen delen. Overigens denk ik niet dat we geld besparen. We moeten juist investeren om de samenwerkingsmogelijkheden te benutten.”

Ardi Roelofs was vanaf het begin bij Waterwin betrokken, eerst als vertegenwoordiger van het Utrechts Centrum voor de Kunsten (UCK), later als inhoudelijk projectleider. Ze onderscheidt verschillende fasen in het traject. “De eerste jaren stonden in het teken van de bouw. We overlegden toen vooral over de planning en indeling van ruimtes, waarbij ook het gedeelde gebruik van ruimtes is besproken.” Vanaf 2001 kwamen er extra mogelijkheden vanuit de gemeente Utrecht, die onder andere een Stimuleringsfonds Forum opzette. Bovendien concentreerden de betrokkenen zich meer op de inhoudelijke aspecten van Waterwin. “De tweede fase begon met mijn aanstelling als inhoudelijk projectleider. Vanaf dat moment gingen we gericht over visie, wijk en samenwerking nadenken, en niet alleen vanuit handig en goedkoop te delen ruimtes.”

Het project kende twee teams: een bouwteam, dat zich vooral bezighield met bouwtechnische zaken, en een inhoudelijk team dat focuste op samenwerkingsmogelijkheden. Die scheiding was een goede zet, zegt Irene Engelman, directeur van de katholieke basisschool Hof ter Weide. “Want als je voortdurend aan het vechten bent over vierkante meters kan dat de samenwerkingsplannen verstoren.” Miellet, die zelf in beide teams zat, zag ook nadelen. “Het was niet altijd voor iedereen duidelijk wat er in het andere team besloten was.”

Fietsenrekken

“Terugkijkend was het best een intensief traject”, zegt Janneke van Offeren, directeur kinderdagopvang bij Doenja kinderopvang. Zij vertegenwoordigde de Stichting Maatschappelijke Ontwikkeling Leidsche Rijn (SMOL), de voorloper van Doenja. “Het leuke, maar ook lastige was dat we met zo veel partijen het gebouw samen moesten vormgeven. Doenja bouwt ook stand-alone locaties en dat gaat veel makkelijker. Daarnaast hadden we bij Waterwin te maken met veel personele wisselingen. Irene Engelman is de enige die er vanaf het begin bij was èn er nu nog werkt.”

Verschillende mensen moesten het project naast hun reguliere baan zien te plannen. Projectleider Roelofs moest daarom woekeren met ieders tijd. “We vergaderden maandelijks. Daarnaast handelden we veel af in kleine werkgroepjes en schakelde ik stagiaires in om meer handen aan de kar te krijgen. Toen de organisatie eenmaal stond, konden we  ieders competenties voluit gaan zien en waarderen.”

Yvonne Keijser, adjunct-directeur van het Utrechts Centrum voor de Kunsten (UCK) spreekt van “een heel interessant traject, waarbij het essentieel was om de neuzen dezelfde kant uit te krijgen, al ging dat niet zo snel”. Volgens Miellet waren de lijnen vaak lang. “Daarnaast waren de eindgebruikers niet altijd vertegenwoordigd bij de overleggen en bleven plannen soms zomaar ergens steken. We hebben in de bouwvergaderingen jarenlang gepraat over fietsenrekken, maar ze zijn er nog steeds niet.”

Over schutting heenkijken

Als cruciale factoren voor het succes van Waterwin noemt Miellet “geduld en vertrouwen in elkaar”. Volgens Engelman was belangrijk dat de instellingen “vanaf het begin de wil en inzet toonden om er iets moois van te maken”. Zo hebben de basisscholen de vierkante meters van hun documentatiecentra afgestaan aan de bibliotheek. “Nu hebben we een geweldige bibliotheek waar kinderen de hele dag naartoe kunnen. Welke school heeft dat? Het is niet alleen veiliger dat kinderen de straat niet op hoeven, ze leren ook beter de gang naar de bibliotheek te maken.”

SMOL heeft iets soortgelijks gedaan, zegt Van Offeren. “We hebben onze ontmoetingsruimte, waar mensen kunnen koffiedrinken en kranten lezen, geschakeld met de bibliotheek. Hierdoor oogt de bibliotheek groter en lijkt onze ontmoetingsruimte goed ingericht met kranten en tijdschriften. Een echte win-win-situatie dus.” Zulke oplossingen maken Waterwin aantrekkelijk, vindt Van Offeren. “Het gebouw is niet hokkerig. Onze samenwerking is fysiek vertaald in vloeiende overgangen.”

Een andere cruciale factor was volgens Engelman de aanstelling van projectleider Roelofs. “Verschillende mensen, waaronder ikzelf, moesten het werk voor Waterwin naast hun gewone baan doen. Dat moet je iemand hebben die de kar trekt, mensen inspireert en zorgt dat iedereen zijn afspraken nakomt.” Roelofs zelf onderschrijft het belang van haar functie. “Het begint natuurlijk bij enthousiaste, kritische en daadkrachtige mensen die bereid zijn over hun schutting heen te kijken. Als projectleider heb ik geprobeerd dat enthousiasme op te poken en waar mogelijk tot concrete producten te laten leiden in deze weilandfase. Bij het bereiken van het hoogste punt liet ik bijvoorbeeld een vouwboekje maken met een verhaal over het gebied. Door de tijd heen hebben we een film gemaakt, werkdagen op bijzondere locaties gehouden en een nieuwjaarsborrel georganiseerd met vuurkorven in een besneeuwd weiland. Het is belangrijk dat mensen elkaar zien en zich partner voelen in een project.”

Horizontale dwarsverbanden

Bij de oplevering in oktober 2004 vertoonde het gebouw verschillende mankementen, zoals een lekkage, defecte verwarming en ontbrekende stopcontacten. Miellet: “Ook stopten de vergaderingen waardoor we in een gat vielen. Bovendien zijn er pas een facilitair manager en een programmamanager aangesteld toen het gebouw er al stond. Dat was te laat. De facilitair manager wilde bijvoorbeeld een schoonmaakbedrijf inhuren, maar er was geen stichting waar de schoonmakers de rekening naar konden sturen. De les die ik heb geleerd is: een half jaar voor het gebouw klaar is, moet je zulke zaken hebben geregeld.”

De opening eerder dit jaar was de eerste gemeenschappelijke activiteit, maar er zitten er meer in de pijplijn. Keijser: “Als UCK willen we met de bibliotheek een kinderpersbureau opzetten. Met de basisscholen werken we aan het project ‘Beeldende kunstenaars in de klas’.” De concrete samenwerkingsplannen uit de ontwikkelfase zijn vastgelegd in een inhoudelijk ondernemingsplan 2004-2008. Keijser: “Ik merk dat de samenwerking nog steeds heel inspirerend en stimulerend is. Het is ontzettend leuk om te zien dat die plannen langzaam maar zeker werkelijkheid worden.”

De opening is beslist geen eindpunt, zegt Roelofs. “Alle betrokkenen moeten ervan doordrongen zijn dat er een nieuw samenwerkingsverband gaat ontstaan. Het is geen project met een tijdelijk plakbandje om de brochures van de verschillende instellingen. Er ontstaat een nieuwe vorm van bedrijfsvoering. De instellingen blijven zelfstandig, maar gaan horizontale dwarsverbanden aan. De ervaring leert dat het zes tot acht jaar duurt voor in brede scholen een breder en dieper niveau van samenwerking ontstaat. Je moet namelijk méér worden dan goede buren. Je gaat activiteiten en werkwijzen integreren en een gezamenlijke identiteit ontwikkelen. Dat kost tijd.”

Terug naar de recente publicaties


 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © Tekstlink - 024-344 6760 - info@tekstlink.com